Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 10

Weigeringsgronden

Onderdeel van Marktverordening Nijmegen 2020

Het college weigert de organisatievergunning indien: voor het organiseren van de markt al een organisatievergunning van kracht is of wordt; de aanvrager niet heeft voldaan aan het in artikel 11, eerste lid, bepaalde; de aanvrager bij de aanvraag geen verklaring omtrent het gedrag, die niet ouder is dan drie maanden, afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens of soortgelijk document van een buitenlandse justitiële instantie, heeft ingediend; in het geval de aanvrager een rechtspersoon is, van de bestuurders van die rechtspersoon geen verklaring omtrent het gedrag, die niet ouder is dan drie maanden, afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens of soortgelijk document van een buitenlandse justitiële instantie, is ingediend; bij de aanvraag onvolledige of onjuiste gegevens zijn verstrekt; of, verlening van de aangevraagde vergunning naar het oordeel van het college zou leiden tot een onaanvaardbare aantasting van de in artikel 2, derde lid, genoemde belangen. Onverminderd het bepaalde in het vorige lid kan het college in het marktreglement eisen stellen aan de wijze waarop de aanvrager aannemelijk dient te maken dat verlening van de aangevraagde vergunning niet leidt tot een onaanvaardbare aantasting van de in artikel 2, derde lid, genoemde belangen. Onverminderd het bepaalde in de vorige leden kan het college in het marktreglement bepalen in welke categorieën gevallen het college ter bescherming van de in artikel 2, derde lid, genoemde belangen, een organisatievergunning kan weigeren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel