Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2:

Artikel 29

Woonkostentoeslag

Onderdeel van Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Almelo 2020

1. Huurtoeslag is voor bijstandverlening een voorliggende voorziening die toereikend en passend is. Indien geen of slechts beperkt recht op huurtoeslag bestaat, bijvoorbeeld door inkomen of vermogen van medebewoners, bestaat ook geen recht op bijstand. 2. Van uitgangspunt van lid 1 wordt alleen afgeweken indien men in een beperkte periode geen huurtoeslag ontvangt, wanneer iemand een zware terugval in inkomsten heeft danwel een eigen woning bewoont. 3. De hoogte van de woonkostentoeslag wordt berekend volgens de systematiek van de huurtoeslag onder aftrek van de werkelijk ontvangen huurtoeslag, het recht op renteaftrek bij belastingen inzake eigen woningbezit en de draagkracht. Hierbij wordt uitgegaan van een draagkrachtpercentage van 100%. 4. Indien de woonkosten, zowel van een huurwoning als van een eigen woning, meer bedragen dan de maximaal subsidiabele huur dan wordt bij recht op een woonkostentoeslag niet meer bijstand verstrekt dan op basis van de maximaal subsidiabele huur wordt berekend. Bij een huurwoning wordt in dat geval de woonkostentoeslag voor maximaal 1 jaar verleend en wordt gelijktijdig een verhuisplicht opgelegd. Deze periode kan met maximaal 1 jaar worden verlengd als de aanvrager er alles aan heeft gedaan om vervangende woonruimte te krijgen en hierin toch niet is geslaagd. 5. Qua woonkosten wordt bij een eigen woning rekening gehouden met rentebetalingen (onder aftrek van het recht op renteaftrek van de belastingdienst) die noodzakelijk verband houden met de eigen woning en met het deel van de zakelijke lasten die verband houden met het hebben van een woning in eigendom. 6. Geen rekening wordt gehouden met de kosten van periodiek onderhoud.

Rechtspraak bij dit artikel