1. Om te bepalen of de aanvrager de bijzondere kosten kan voldoen uit het beschikbare inkomen moet eerst bepaald worden wat de draagkrachtruimte is. De draagkrachtruimte is het verschil tussen het inkomen van de aanvrager en de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Voor de algemene bijstand is in artikel 31, tweede lid, Participatiewet en artikel 33, vijfde lid, Participatiewet geregeld welke inkomsten niet op de uitkering worden gekort. Deze inkomsten worden ook voor de bijzondere bijstandsverlening vrijgelaten, met uitzondering van bijstand voor duurzame gebruiksgoederen.
2. Bij meer inkomen, vergeleken met de bijstandsnorm, op jaarbasis tot maximaal € 1.100,00 is het draagkrachtpercentage 0%.
3. Bij een inkomen dat op jaarbasis maximaal € 2.300,00 hoger is, wordt een draagkrachtpercentage van 35% toegepast over dat deel van het meerdere inkomen dat €1.100,00 overschrijdt. De eerste € 1.100,00 zijn nog steeds "vrij".
4. Bij een meerinkomen dat op jaarbasis hoger is dan € 2.300,00 wordt met inachtneming van de voorgaande regels over het meerinkomen boven € 2.300,00 een draagkrachtpercentage van 100% toegepast.
5. Met uitzondering van aanvragen voor kosten van duurzame gebruiksgoederen wordt het vermogen tot aan de betreffende vermogensgrens van artikel 34 lid 3 Participatiewet vrijgelaten.
Hoofdstuk 1:
Artikel 4
Draagkracht
Onderdeel van Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Almelo 2020