Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2:

Artikel 13

Aanvullende bijzondere bijstand voor levensonderhoud 18 t/m 20 jarigen

Onderdeel van Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Almelo 2020

1. Een jongere van 18, 19 of 20 jaar heeft slechts recht op aanvullende bijzondere bijstand voor levensonderhoud voor zover de noodzakelijke kosten van zijn bestaan uitgaan boven de toepasselijke bijstandsnorm en voor deze kosten geen beroep kan worden gedaan op de ouders, als: a. de middelen van de ouders daartoe niet toereikend zijn, of b. de belanghebbende het onderhoudsrecht ten aanzien van zijn ouders redelijkerwijs niet te gelde kan maken. 2. Van noodzakelijke bestaanskosten, die de toepasselijke bijstandsnorm te boven gaan, kan uitsluitend sprake zijn als de belanghebbende zelfstandige huisvesting heeft én deze zelfstandige huisvesting noodzakelijk is. 3. De bijstandsnorm wordt aangevuld bij: a. een alleenstaande van 18, 19 of 20 jaar tot maximaal de norm voor een alleenstaande als bedoeld in artikel 21, sub a, van de Participatiewet. b. gehuwden waarvan één van beide of allebei 18, 19 of 20 jaar zijn tot maximaal de bijstandsnorm voor gehuwden als bedoeld in artikel 21, sub b, van de Participatiewet. 4. Bij de berekening van het bedrag wordt rekening gehouden met de inhoud van de regelgeving aangaande kostendelers, het niet hebben van woonlasten, de lagere norm voor schoolverlaters en specifieke omstandigheden. 5. Wanneer de jongere in een inrichting verblijft dan bedraagt de bijzondere bijstand niet meer dan de norm genoemd in artikel 23 van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel