Naar hoofdinhoud
11.1. De door de erfpachter verschuldigde canon en beheerkosten worden telkens na verloop van een periode van vijf (5) jaar, ten behoeve van de daaraan volgende periode van vijf (5) jaar, aangepast. Deze perioden van vijf (5) jaar dienen te allen tijde gelijk te lopen met de in artikel 8.3 bedoelde perioden van vijf (5) jaar. De aanpassing van de canon wordt als volgt berekend: aangepaste canon = grondwaarde x het canonpercentage als bedoeld in artikel 11.2. 11.2. Als het nieuwe canonpercentage gaat gelden, het laatste vóór de aanpassing van de canon ingevolge artikel 8.3 vastgestelde percentage. De vijfjaarlijkse periode wordt steeds berekend vanaf één januari. De eerste periode wordt berekend vanaf één januari volgend op de ingangsdatum van het erfpachtrecht en eindigend op de eerstvolgende eenendertig december van het laatste jaar van een in artikel 8.3 bedoelde lopende periode van vijf (5) jaar; de eerste periode kan derhalve korter duren dan vijf (5) jaar. De daarop volgende aanpassingen vinden telkens na een periode van vijf (5) jaar aldus plaats. Een canonherziening ingevolge artikel 12 brengt geen verandering in het tijdstip van aanpassing van de canon ingevolge artikel 11.1. Aanpassing vindt dan plaats van de gehele nieuwe canon. 11.3. De gemeente doet mededeling aan de erfpachter van het bedrag van de overeenkomstig artikel 11.1 en 11.2 aangepaste canon en beheerkosten uiterlijk drie (3) maanden voordat ingevolge artikel 10.1 de eerste termijn van de aangepaste canon en beheerkosten opeisbaar is geworden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel