**20.1.** Het is de erfpachter niet geoorloofd tot splitsing van het erfpachtrecht, tot splitsing in appartementsrechten van het erfpachtrecht of tot samenvoeging van het erfpachtrecht met (een) ander(e) recht(en) van erfpacht over te gaan.
Voor de toepassing van dit artikel wordt met de in de eerste zin vermelde handelingen gelijkgesteld het door de erfpachter scheppen van lidmaatschapsrechten van verenigingen of coöperaties of het verlenen van deelnemingen, lidmaatschapsrechten of participaties, indien in die rechten is begrepen het recht op het uitsluitend gebruik of nagenoeg uitsluitend gebruik van de onroerende zaak en/of de opstallen of van (een) gedeelte(n) daarvan dat blijkens de inrichting is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt.
**20.2.** De gemeente kan op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van de erfpachter ontheffing verlenen van het in artikel 20.1 vermelde verbod. Indien de gemeente ontheffing verleent, kan zij hieraan voorwaarden verbinden, waaronder de herziening van de canon op voet van artikel 12 en de verplichte eeuwigdurende afkoop en vooruitbetaling van de canon, alsmede ten aanzien van het onderhoud van de opstallen na de splitsing. Tevens worden er in dat geval eenmalig beheerkosten in rekening gebracht.
**20.3.** Als de gemeente ontheffing verleent van het verbod tot splitsing in appartementsrechten, stelt zij tevens vast welk gedeelte van de canon of van de afkoopsom – indien de canon bij vooruitbetaling is voldaan – zal gelden voor elk van de ontstane appartementsrechten.
**20.4.** In afwijking van het in artikel 7.1 en 7.2 bepaalde, is de verplichting tot voldoening van de canon bij splitsing van het erfpachtrecht in appartementsrechten een tevens voor rekening van de gezamenlijke appartementseigenaren dan wel de Vereniging van Eigenaars komende schuld, waarvoor zij jegens de gemeente hoofdelijk aansprakelijk zijn casu quo is.
Artikel 20