Omstandigheden die niet leiden tot een vermindering van de mate van verwijtbaarheid zijn in ieder geval:
het niet (voldoende) beheersen van de Nederlandse taal;
het niet op de hoogte zijn van de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 4.17 van de Wet;
het niet in staat te zijn van het behartigen van de belangen, doordat wordt gesteld dat de overtreder tijdelijk niet op het adres heeft gewoond. Hieronder wordt ook begrepen tijdelijk verblijf in het buitenland, tijdelijk verblijf in instelling voor de gezondheidszorg, instelling op het gebied van kinderbescherming of penitentiaire instelling;
indien wordt gesteld dat er geen post is ontvangen door slechte postbezorging of gebreken aan of ontbreken van een brievenbus.