**1..** Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb of financiële tegemoetkoming, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb of financiële tegemoetkoming wordt verstrekt.
**2..** De bijdrage voor maatwerkvoorzieningen, pgb, financiële tegemoetkomingen of bij verordening aangewezen algemene voorzieningen met een langdurige hulpverleningsrelatie bedraagt 100% van de in artikel 2.1.4a lid 4 van de wet genoemde bijdrage per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de wet, of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 of lid 3 van deze verordening, of op basis van artikel 18 van deze verordening geen of een lagere bijdrage is verschuldigd.
**3..** Er geldt geen eigen bijdrage:
voor (elektrische) rolstoelen;
voor de verhuiskostenvergoeding, die wordt verstrekt als een financiële tegemoetkoming;
voor personen tot 18 jaar met in achtneming van het bepaalde in lid 6 van dit artikel;
Voor de kosten die het college maakt voor de collectieve vraagafhankelijke vervoersvoorziening. Voor deze voorziening is een algemeen gebruikelijke klantbijdrage aan de orde. De algemeen gebruikelijke klantbijdrage wordt per 1 januari 2020 vastgesteld op €0,82 per (instap)zone. De klantbijdrage wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd met de NEA-index en door de uitvoeringsorganisatie ‘Omnibuzz’ kenbaar gemaakt aan reizigers;
Bij aanpassingen in algemene en collectieve ruimte(n) in die gevallen waarbij het individueel gebruik daarvan door de cliënt niet aannemelijk dan wel geborgd is.
**4..** De kostprijs van een maatwerkvoorziening, pgb of financiële tegemoetkoming ten behoeve van de inning van eigen bijdragen wordt als volgt vastgesteld:
Op basis van het overzicht van de toepasselijke tarieven zoals is opgenomen in bijlage 2.
De kostprijs voor een zaak die geen onderdeel uitmaakt van bijlage 2 wordt vastgesteld op maximaal 100% van de kosten van de goedkoopst adequate voorziening in natura, indien van toepassing inclusief onderhoud en reparatie, zoals door het college aan een door haar gecontracteerde leverancier zou worden betaald.
De kostprijs voor een zaak die geen onderdeel uitmaakt van bijlage 2 en geen onderdeel uitmaakt van een contract tussen het college en een door haar gecontracteerde leverancier, wordt vastgesteld op maximaal 100% van de kosten van de goedkoopst adequate voorziening, indien van toepassing verhoogd met een bedrag voor onderhoud en reparatie, vast te stellen door het college op basis van een offerte.
**5..** In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4b, tweede lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door de in bijlage 3 opgenomen instanties vastgesteld en geïnd.
**6..** De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.
Hoofdstuk 6:
Artikel 17.
Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen, pgb’s, financiële tegemoetkomingen en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen met een langdurige hulpverleningsrelatie.
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Gulpen-Wittem 2020