Naar hoofdinhoud
1.. De subsidieplafonds voor het subsidietijdvak van 1 september 2020 tot en met 31 mei 2021 bedragen: € 200.000,- voor de activiteiten als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a; € 420.000,- voor de activiteiten als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder b; € 200.000,- voor de activiteiten als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder c. 2. . Het subsidieplafond voor het subsidietijdvak van 1 juni 2021 tot en met 31 december 2021 bedraagt € 280.000,- voor de activiteiten als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder b. 3. . De subsidieplafonds voor het subsidietijdvak van 1 juni 2021 tot en met 31 december 2024 bedragen: € 300.000,- voor de activiteiten als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a; € 300.000,- voor de activiteiten als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder c. 4. . Het subsidieplafond voor het subsidietijdvak van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2024 bedraagt € 840.000,- voor de activiteiten als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder b. 5. . Burgemeester en wethouders zijn vanaf 1 juni 2021 bevoegd financiële middelen over te hevelen van het ene plafond naar een ander plafond, met het oog op een efficiënte besteding van de financiële middelen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel