** 1. .** In hoofstukken 1 tot 4 worden de gemaakte kosten voor de uitvoering subsidiabele activiteiten, met uitzondering van de in het tweede lid genoemde kosten, aangemerkt als subsidiabele kosten.
** 2. .** In hoofdstukken 1 tot 4 worden de volgende kosten niet aangemerkt als subsidiabele kosten:
de kosten voor zelf verrichte arbeid, indien de activiteiten door de aanvrager zelf worden uitgevoerd;
de kosten voor isolatievoorzieningen;
de kosten voor zonnepanelen;
de kosten voor biomassaverbrandingsketels, hout- of pelletkachels;
de kosten voor installaties of fornuizen op fossiele brandstoffen als kolen, olie, butaangas of andere brandstoffen die bij verbranding meer fijnstof produceren dan aardgas;
de kosten voor pannen en ander keukengerei;
de kosten voor activiteiten die gericht zijn op het voldoen aan wettelijke verplichtingen;
de kosten voor elektrische CV-ketels, elektrische doorstroomverwarmers en andere vormen van elektrische weerstandsverwarming met uitzondering van warmtepompen, infraroodpanelen en boilers met een buffervat van tenminste 10 liter;
de kosten waarvoor de factuurdatum langer dan 12 maanden vóór de subsidieaanvraagdatum ligt.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.5
Subsidiabele kosten
Onderdeel van Subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen