** 1. .** Voor activiteiten, zoals bedoeld in artikel 3b.3, eerste lid, onderdelen a en b, aan een woning komt 50% van de subsidiabele kosten, zoals bedoeld in artikel 1.5, in aanmerking voor subsidie. Daarbij gelden voor de combinatie van deze activiteiten, afhankelijk van het deelgebied waarin die woning is gelegen, de volgende maximum subsidiebedragen per aardgasvrije woning:
Buikslotermeer Noord € 4.500,-;
**2. .** Voor activiteiten, zoals bedoeld in artikel 3b.3, eerste lid, onderdelen a en b aan een wooncomplex komt 50%, van de subsidiabele kosten, zoals bedoeld in artikel 1.5, in aanmerking voor subsidie. Daarbij gelden voor de combinatie van deze activiteiten, afhankelijk van het deelgebied waarin het wooncomplex is gelegen de volgende maximum subsidiebedragen per jaarlijks gebruikte kubieke meter aardgas voordat de subsidiabele activiteiten zijn uitgevoerd:
Buikslotermeer Noord € 4,50;
**3. .** Voor activiteiten, zoals bedoeld in artikel 3b.3, eerste lid onderdeel c, aan een woning of wooncomplex komt 50% van de subsidiabele kosten, zoals bedoeld in artikel 1.5, in aanmerking voor subsidie, daarbij geldt een maximum subsidiebedrag van €500,- per woning of wooncomplex.
**4. .** Voor activiteiten, zoals bedoeld in artikel 3b.3, eerste lid, onderdeel d en tweede lid, onderdeel c geldt dat de hoogte van de subsidie gelijk is aan de kosten die door de netbeheerder in rekening worden gebracht voor het verwijderen van de gasaansluiting, maar in ieder geval niet hoger is dan € 1000,- per aansluiting.
** 5. .** Voor activiteiten aan een collectieve installatie van een pand met meerdere woningen en/of wooncomplexen, zoals bedoeld in artikel 3b.3, tweede lid, onderdelen a en b geldt dat voor een combinatie van deze activiteiten de subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten, zoals bedoeld in artikel 1.5 vermenigvuldigd met het aardgasarm-quotiënt. Deze subsidie is niet hoger dan de som van:
het voor woningen in hetzelfde gebied op grond van het eerste lid bepaalde maximum per woning vermenigvuldigt met het aantal woningen dat door de activiteiten aardgasarm wordt; en
het voor de wooncomplexen in hetzelfde gebied op grond van tweede lid bepaalde maximum per jaarlijks gebruikte kubieke meter aardgas vermenigvuldigd met het aantal kubieke meters aardgas dat voordat de subsidiabele activiteiten zijn uitgevoerd door de complexen die aardgasarm worden wordt gebruikt. Zowel het aardgasgebruik in die complexen als het aardgasverbruik ten behoeve van die complexen door de collectieve installatie worden meegenomen in dat aantal kubieke meters.
**6. .** Indien de activiteiten aan een ruimteverwarmingsinstallatie of tapwaterinstallatie, zoals bedoeld in artikel 3b.3, eerste lid, onderdelen a of b aan een woning of wooncomplex of een collectieve ruimteverwarmingsinstallatie of tapwaterinstallatie, zoals bedoeld in artikel 3b.3, tweede lid, onderdelen a en b niet gecombineerd worden uitgevoerd bedraagt de subsidie niet meer dan het volgende deel van het voor dat deelgebied genoemde maximum voor de combinatie van die activiteiten, zoals genoemd in het eerste en tweede lid voor respectievelijk woningen en wooncomplexen:
ruimteverwarmingsinstallatie twee derde deel; of
ruimteverwarmingsinstallatie twee derde deel; of
Hoofdstuk 3b
Artikel 3b.4
Hoogte van de subsidie
Onderdeel van Subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen