Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.13

Aanvullende verplichtingen subsidieverlening

Onderdeel van Subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen

Naast de verplichtingen op grond van artikelen 9 en 10 van de ASA 2023, zijn aan de subsidie op grond van dit hoofdstuk de volgende verplichtingen verbonden: de start van de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten dient uiterlijk binnen één jaar na de datum van de verleningsbeschikking te zijn begonnen, tenzij in de verleningsbeschikking een andere termijn gesteld wordt. Deze termijn kan door het college op verzoek worden verlengd indien het college dit uitstelverzoek, voorzien van een onderbouwing, vóór het verstrijken van de voor start van uitvoering gestelde termijn ontvangt. de gesubsidieerde activiteiten dienen uiterlijk binnen drie jaar´ na datum van de verleningsbeschikking en maximaal 30 december 2028 te zijn uitgevoerd, tenzij in de verleningsbeschikking een andere termijn gesteld wordt. Deze termijn kan door het college op verzoek worden verlengd indien het college dit uitstelverzoek, voorzien van een onderbouwing, vóór het verstrijken van de voor oplevering gestelde termijn ontvangt. een door de gemeente aangestelde inspecteur wordt op verzoek van die inspecteur in de gelegenheid gesteld de uitgevoerde werkzaamheden ter plaatse te inspecteren. na uitvoering van de subsidiabele activiteiten draagt de aanvrager er zorg voor dat het afgemelde energielabel van de woning correspondeert met de werkelijke energieprestaties van de woning. de aanvrager draagt zorgt voor de vaststelling van een herzien meerjarig onderhoudsplan, dat: is opgesteld conform NEN 2767; alle collectieve gebouwelementen omvat en de collectiviteit van die elementen onderbouwt met behulp van een verwijzing naar het specifieke artikel in de splitsingsakte of andere documenten waarin de verdeling van eigendom en verantwoordelijkheden tussen de leden is vastgelegd; voorziet in een plan voor het onderhoud voor alle collectieve gebouwelementen voor een periode van minimaal 30 jaar en voor het casco voor een periode van minimaal 50 jaar; een detailleerde tabel bevat die voor ieder jaar op basis van de onderhouds- en vervangingscyclus van alle collectieve gebouwelementen voor een periode van 30 jaar inzichtelijk maakt welke werkzaamheden moeten gebeuren en welke kosten daaraan zijn verbonden en waarvoor verder geldt dat: de omschrijving van de werkzaamheden en de geraamde kosten in deze tabel in ieder geval gekwantificeerd onderbouwd worden door vermelding van het aantal eenheden, het aantal strekkende meter of het aantal vierkante meter van de werkzaamheden en de eenheidsprijzen voor de aan die werkzaamheden verbonden eenheden, strekkende meters of vierkante meters; en de vervangingscyclus in deze tabel er niet toe leidt dat de vervanging gebouwelementen op een later moment gepland wordt dan uit de theoretische levensduur van het gebouwelement volgt. voldoende, duidelijke en gedetailleerde foto’s bevat die de conditiemeting onderbouwen; benoemt welke collectieve gebouwelementen die niet visueel geïnspecteerd konden worden, welk aanvullende onderzoek plaatsgevonden heeft met betrekking tot die elementen en hoe de benodigde maatregelen die uit het aanvullend onderzoek volgden opgenomen zijn in het MJOP. gedurende een periode van vijf jaar, na de uitvoering van de subsidiabele activiteiten is er geen sprake van achterstallig onderhoud en wordt het verbeterde kwaliteitsniveau van het bouwwerk en de gebouwgebonden installaties, dat het gevolg is van de subsidiabele activiteiten, in stand gehouden. indien nieuw glas is geplaatst, is het bestaande kozijn zodanig samengesteld en geïnstalleerd dat dit bij normaal onderhoud naar verwachting een levensduur van ten minste vijfentwintig jaar zal hebben. de kwaliteit van het bouwwerk mag wat betreft constructie, inbraakveiligheid, ventilatie, luchtkwaliteit, condensatie en vocht als gevolg van de ingreep niet achteruit zijn gegaan. de activiteit leidt niet tot strijdigheid met redelijke eisen van welstand en, in geval het een monument of voorbeschermd monument betreft, tast de activiteit de monumentale waarden niet aan, tenzij er voor het uit te voeren werk een monumentenvergunning is verleend.

Rechtspraak bij dit artikel