**1..** Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 2.3, onder 1, geldt dat:
Voor activiteiten onder a de subsidie maximaal €2000,- per woning bedraagt;
Voor activiteiten onder b de subsidie maximaal €500,- per woning bedraagt;
Voor activiteiten onder c de subsidie maximaal €500,- per woning bedraagt;
Voor activiteiten onder d de subsidie alle door de netbeheerder in rekening gebrachte kosten voor de afsluiting bedraagt.
**2..** Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 2.3, onder 2, geldt dat:
Voor activiteiten onder a de subsidie maximaal €2000,- per woning bedraagt;
Voor activiteiten onder b de subsidie maximaal €500,- per woning bedraagt;
Voor activiteiten onder c de subsidie maximaal €500,- per woning bedraagt.
**3..** Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 2.3, onder 3, geldt dat:
Voor activiteiten onder a de subsidie bedraagt de subsidiabele kosten, zoals bedoeld in artikel 2.4, vermenigvuldigd met het aantal aardgasvrije woningen in het pand met meerdere woningen na het treffen van de voorzieningen, gedeeld door het aantal woningen in het pand met meerdere woningen dat vóór het treffen van de voorzieningen gebruik maakt van de gasgestookte verwarmingsinstallatie, met een maximum van €2000,- per aardgasvrije woning;
Voor activiteiten onder b de subsidie bedraagt de subsidiabele kosten, zoals bedoeld in artikel 2.4, vermenigvuldigd met het aantal aardgasvrije woningen in het pand met meerdere woningen na het treffen van de voorzieningen, gedeeld door het aantal woningen in het pand met meerdere woningen dat vóór het treffen van de voorzieningen gebruik maakt van de gasgestookte tapwaterinstallatie met een maximum van €500,- per aardgasvrije woning;
Voor activiteiten onder c de subsidie alle door de netbeheerder in rekening gebrachte kosten voor de afsluiting bedraagt.
**4..** Voor activiteiten, zoals bedoeld in artikel 2.3, onder 4, bedraagt de subsidie 50% van de subsidiabele kosten, zoals bedoeld in artikel 2.4, eerste en derde lid, waarbij het laagste van de volgende subsidiebedragen geldt:
€ 3,- per jaarlijks bespaarde kubieke meter aardgas; en
€ 60.000,- per verblijfsobject.
**5. .** Voor activiteiten, zoals bedoeld in artikel 2.3, onder 5, bedraagt de subsidie 25% van de subsidiabele kosten, zoals bedoeld in artikel 2.4, eerste en derde lid, waarbij het laagste van de volgende subsidiebedragen geldt:
€ 3,- per jaarlijks bespaarde kubieke meter aardgas; en
€ 30.000,- per verblijfsobject.
**6. .** Voor activiteiten, zoals bedoeld in artikel 2.3, onder 6, bedraagt de subsidie 50% van de subsidiabele kosten, zoals bedoeld in artikel 2.4, tweede en derde lid, waarbij een maximum van €1000,- per verblijfsobject geldt.
**7. .** Indien de aanvrager of de eigenaar van het vastgoed waarop de aanvraag betrekking heeft voor dezelfde activiteiten een andere subsidie ontvangt wordt de hoogte van de subsidie zodanig berekend dat de totale subsidie niet meer bedraagt dan 100% van de werkelijke kosten.