** 1. .** Voor activiteiten, zoals bedoeld in artikel 3d.3, onder a en b, wordt voor het bepalen van de hoogte van de subsidie de som van de subsidiabele kosten voor deze activiteiten, zoals bedoeld in artikel 3d.4, verminderd met €3750,- per woning. Van het resterende bedrag komt 50% in aanmerking voor subsidie. Deze subsidie bedraagt maximaal €4500,- per woning.
** 2. .** Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 3d.3, onder c worden voor het bepalen van de hoogte van de subsidie in aanmerking genomen 50% van de subsidiabele kosten, zoals bedoeld in artikel 3d.4. Deze subsidie bedraagt maximaal €500,- per woning.
** 3. .** Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 3d.3, onder d geldt dat de hoogte van de subsidie gelijk is aan de kosten die door de netbeheerder in rekening worden gebracht voor het verwijderen van de gasaansluiting, maar in ieder geval niet hoger is dan €1000,- per aansluiting.
** 4. .** Bij het bepalen van de hoogte van de op grond van dit hoofdstuk vast te stellen subsidie zijn de bedragen uit leden 1 tot en met 3 van toepassing, maar de subsidie is in geen geval hoger dan de, met andere voor de subsidiabele activiteiten verleende of vastgestelde subsidies verminderde, daadwerkelijk gemaakte kosten voor het realiseren van de subsidiabele activiteiten. Indien aannemelijk is dat een andere verleende subsidie lager vastgesteld zal worden brengt het college het verwachte lagere bedrag in mindering in de plaats van het verleende bedrag.
Hoofdstuk 3d
Artikel 3d.5
Hoogte van de subsidie
Onderdeel van Subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen