** 1. .** Voor de in artikel 3.1, eerste lid omschreven deelgebieden gelden de volgende deelgebied specifieke maximale subsidiebedragen per aardgasvrije woning:
€4.300,- binnen het deelgebied Tranche A, zoals bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdeel a;
** 2. .** Voor de volgende activiteiten uit artikel 3.3, onderdeel a gelden de volgende voor die activiteit specifieke subsidiebedragen:
voor activiteiten omschreven in subonderdeel i geldt dat deze gelijk is aan het voor het deelgebied waarin de activiteit plaatsvindt geldende specifieke maximale subsidiebedrag per aardgasvrij woning, zoals bepaald in het eerste lid;
voor activiteiten omschreven in subonderdeel ii bedraagt de hoogte van de subsidiabele kosten, daarbij geldt een maximum van € 1.000,- per aardgasvrije woning;
voor activiteiten omschreven in subonderdeel iii bedraagt de hoogte van de subsidiabele kosten, daarbij geldt een maximum van € 500,- per aardgasvrije woning.
** 3. .** Voor de activiteiten, zoals bedoeld in artikel 3.3, onderdeel b geldt dat:
de subsidie voor activiteiten onder i gelijk is aan het voor het deelgebied waarin de activiteit plaatsvindt geldende specifieke maximale subsidiebedrag per aardgasvrij woning, zoals bepaald in het eerste lid;
voor activiteiten onder ii bedraagt de subsidie de subsidiabele kosten, zoals bedoeld in artikel 3.4, vermenigvuldigd met het aantal aardgasvrije woningen in het pand met meerdere woningen na het treffen van de voorzieningen, gedeeld door het aantal woningen in het pand met meerdere woningen dat vóór het treffen van de voorzieningen gebruik maakt van de gasgestookte tapwaterinstallatie, daarbij geldt een maximum van € 1.000,- per aardgasvrije woning.
** 4. .** Activiteit specifieke maximale subsidiebedragen, zoals bedoeld in het tweede en derde lid, leiden in geen geval tot een subsidie per woning die hoger is dan het deelgebied specifieke subsidiebedrag per woning, zoals bedoeld in het eerste lid.
** 5. .** Bij het bepalen van de hoogte van de op grond van dit hoofdstuk vast te stellen subsidie zijn de bedragen uit leden 1 tot en met 4 van toepassing, waarbij geldt dat de subsidie in geen geval hoger is dan de, met andere voor de subsidiabele activiteiten verleende of vastgestelde subsidies verminderde en, voor zover dat zou leiden tot een hogere subsidieverlening of vaststelling met niet eerder verrekende DAEB-compensabele kosten vermeerderde, daadwerkelijk gemaakte kosten voor het realiseren van de subsidiabele activiteiten. Indien aannemelijk is dat een andere verleende subsidie lager vastgesteld zal worden brengt het college het verwachte lagere bedrag in mindering in de plaats van het verleende bedrag.