**1..** Van de inkomsten en uitgaven van de BWB over het afgelopen jaar wordt door het dagelijks bestuur verantwoording afgelegd aan het algemeen bestuur onder overlegging van de jaarrekening met de daarbij behorende bescheiden.
**2..** Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap. Het dagelijks bestuur voegt bij de jaarrekening een accountantsverklaring en een verslag van bevindingen van de accountant.
**3..** Het algemeen bestuur onderzoekt de jaarrekening over het afgelopen jaar en stelt haar vast.
**4..** Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft aan gedeputeerde staten.
**5..** Van de vaststelling van de jaarrekening doet het dagelijks bestuur mededeling aan het algemeen bestuur van het waterschap en de raden van de gemeenten.
**6..** De vaststelling van de jaarrekening strekt het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden, ten aanzien van het daarin verwoorde financieel beheer.
Hoofdstuk 10:
Artikel 32