Naar hoofdinhoud
1.. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op de dag waarop de zittingsperiode van het dagelijks bestuur van het Waterschap of het college van burgemeester en wethouders van de gemeente dat het lid van het algemeen bestuur heeft aangewezen eindigt. 2.. In de situatie van het eerste lid blijft het lid van het algemeen bestuur zijn functie bekleden tot conform artikel 6 een nieuw lid is aangewezen. 3.. Zodra een lid geen deel meer uitmaakt van het dagelijks bestuur van het waterschap of het college van burgemeester en wethouders dat het lid heeft aangewezen, eindigt ook het lidmaatschap van het algemeen bestuur, en wordt door het dagelijks bestuur van het waterschap of het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente binnen 8 weken een nieuw lid aangewezen. 4.. Een lid van het algemeen bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Het lid deelt zijn ontslag mede aan de deelnemer die hem/haar heeft aangewezen en aan de voorzitter van het algemeen bestuur. Het lid houdt zitting in het algemeen bestuur totdat in de opvolging is voorzien. 5.. Indien tussentijds de plaats van een lid van het algemeen bestuur beschikbaar komt, wijst het dagelijks bestuur van het waterschap of het college van burgemeester en wethouders van de gemeente dat het aangaat zo spoedig mogelijk een nieuw lid van het algemeen bestuur aan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel