**1..** Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente dat wenst toe te treden, dient het verzoek tot toetreding, met inbegrip van de verkregen toestemming van de gemeenteraad, in bij het dagelijks bestuur.
**2..** Het dagelijks bestuur legt het verzoek tot toetreding ter advisering voor aan het algemeen bestuur.
**3..** Vervolgens zendt het dagelijks bestuur het verzoek tot toetreding met het advies van het algemeen bestuur toe aan de dagelijkse besturen van de deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling en verzoekt de deelnemers tot het nemen van een besluit omtrent de verzochte toetreding. Van hun besluit stellen de deelnemers het algemeen bestuur schriftelijk in kennis.
**4..** Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente treedt toe tot de regeling, indien tenminste tweederde van de deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling, na verkregen toestemming van hun gemeenteraden dan wel het algemeen bestuur van het waterschap, hebben ingestemd met de verzochte toetreding.
**5..** Aan de toetreding kunnen door het algemeen bestuur voorwaarden worden verbonden.
**6..** De toetreding gaat in op de eerste dag van het jaar volgende op het jaar waarin de in lid 3 vermelde instemming tot de toetreding is verleend, met dien verstande, dat tussen de toetreding en de in lid 4 bedoelde instemming een periode van tenminste 6 maanden is gelegen.
**7..** Het toegetreden college van burgemeester en wethouders van een gemeente doet zo spoedig mogelijk de nodige aanwijzingen overeenkomstig het bepaalde in artikel 6 van deze regeling.
Hoofdstuk 11:
Artikel 36
Toetreding
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant