Vanaf 1 juni 2020 om 12.00 uur is het verbod op de openstelling van eet- en drinkgelegenheden vervallen. Eet- en drinkgelegenheden is een brede omschrijving die duidt op gelegenheden waar ter plaatse de daar gekochte spijzen en dranken genuttigd kunnen worden.
In artikel 2.1d is een afzonderlijke verbodsbepaling opgenomen voor samenkomsten in eet- en drinkgelegenheden. Die zijn verboden, tenzij wordt voldaan aan de in het artikel opgenomen voorwaarden. Zowel in de eet- en drinkgelegenheid als op het binnenterras mogen niet meer dan 30 gasten aanwezig zijn. De tekst van de verordening spreekt over ‘gasten’ hetgeen betekent dat personeel niet wordt meegerekend. Ook moeten alle gasten vooraf reserveren en moeten zij gebruik maken van een zitplaats aan tafel of bar. Het gebruik van statafels is dus niet toegestaan. Ook geldt de algemene afstandseis dat personen te allen tijde ten minste 1,5 meter afstand houden tot de dichtstbijzijnde persoon. Een eventueel aanwezige scheidingswand maakt dit niet anders.
Hierbij geldt wel dat de afstandseis van 1,5 meter gehandhaafd wordt vanaf 3 personen. Handhaving geschiedt in eerste instantie door de ondernemer of de exploitant.
De eis dat personen te allen tijde 1,5 meter afstand moeten houden tot de dichtstbijzijnde persoon geldt niet voor personen die een gezamenlijk huishouden vormen, zij hoeven onderling geen 1,5 meter afstand te bewaren.
Commerciële horecagelegenheden bij of op sportaccommodaties mogen onder de in dit artikel genoemde voorwaarden wel open voor gasten. Eet- en drinkgelegenheden bij buitensportvoorzieningen die worden geëxploiteerd door een paracommerciële rechtspersoon blijven gesloten.
De bepalingen in artikel 2.1d zijn ook van toepassing op binnenterrassen, bijvoorbeeld terrassen in overdekte winkelcentra, stationshallen en dergelijke. Binnenterrassen zijn alle terrassen die in een gebouw zijn gelegen. Volledig overkapte en afgedichte buitenterrassen zijn niet toegestaan en deze worden ook niet aangemerkt als binnenterras.
Hotels vallen ook onder het begrip eet- en drinkgelegenheden. Daarom bevat het tweede lid van artikel 2.1d een voor hotels afzonderlijke bepaling. In restaurants van hotels mogen meer dan 30 gasten aanwezig zijn mits alle aanwezigen hotelgasten zijn. Dat betekent dus dat indien in een restaurant van een hotel meer dan 30 hotelgasten aanwezig zijn, geen andere gasten in het restaurant toegelaten mogen worden. Indien echter minder dan 30 hotelgasten aanwezig zijn mogen ook andere gasten toegelaten worden zolang het aantal van 30 gasten niet wordt overschreden.
In het derde lid is bepaald dat, mits een eet- en drinkgelegenheid in een gebouw functioneel is gescheiden van andere functies en beschikt over een zelfstandige ruimte binnen het gebouw, het verbod op samenkomsten van meer dan 30 personen per gebouw, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, niet van toepassing is. In de bedoelde gevallen is de norm 30 personen per functie of een hoger aantal als dat voor die functie is toegestaan (bijvoorbeeld bibliotheken, theater en dergelijke)
Dit betekent dat per inrichting of bedrijf maximaal 30 personen zijn toegestaan. Het is niet toegestaan om binnen één horecabedrijf 30 personen per afzonderlijke ruimte toe te staan.
Hoofdstuk 5
Artikel 2.1d