Naar hoofdinhoud
In de publieke ruimte (inclusief vaar- en voertuigen) is het te allen tijde verplicht tot andere personen een afstand te houden van ten minste 1,5 meter. Op deze regel zijn een aantal uitzonderingen. Zo hoeven personen die een gezamenlijk huishouden vormen onderling geen afstand tot elkaar te houden en is het ook niet verplicht afstand te houden tot kinderen in de leeftijd tot en met 12 jaar. Bij de uitoefening van contactberoepen is het, gelet op de aard van het beroep, niet mogelijk om 1,5 meter afstand te houden. Voor contactberoepen is daarom in het tweede lid een uitzondering opgenomen. Het gaat er hier uiteraard alleen om dat de beroepsbeoefenaar geen afstand behoeft te houden tot diens cliënt of patiënt. De beroepsbeoefenaars houden onderling wel ten minste 1,5 meter afstand. Jongeren van 13 tot en met 18 jaar zijn wel verplicht onderling een afstand te houden van ten minste 1,5 meter, tenzij sprake is van door sportverenigingen of professionals georganiseerd en begeleid buiten sporten en bewegen. Bij georganiseerd sporten en bewegen gaat het om professionals (zoals sportleraren, buurtcoaches en cultuurcoaches) die zorgdragen voor de organisatie en de begeleiding bij het sporten en bewegen. Ook geldt een uitzondering voor een persoon met een handicap en diens begeleiders. Tevens geldt een uitzondering voor kwetsbare jongeren in de leeftijd van 13-18 onderling en kwetsbare jongeren met jeugdprofessionals. Hierbij gaat het o.a. om activiteiten in het kader van de dagbesteding, dagopvang, dagbehandeling en voorgezet speciaal onderwijs inclusief vervoer. Ten aanzien van dit verbod geldt dat de 1,5 meter afstandsnorm in de publieke ruimte gehandhaafd wordt vanaf drie personen.

Rechtspraak bij dit artikel