Dit artikel ziet op de kabinetsmaatregelen inzake toegang tot verpleeghuizen (onderdeel a) en kleinschalige woonvormen in de ouderenzorg (onderdeel b). De formulering van het artikel maakt duidelijk dat het niet aan de voorzitters van de veiligheidsregio’s is om op te treden tegen verpleeghuizen en woonvormen, maar uitsluitend tegen bezoekers die zonder toestemming van de beheerder (bestuur, directie of andere persoon die bevoegd is om namens het verpleeghuis of de woonvorm te handelen) in een verpleeghuis of woonvorm aanwezig zijn. Het verbod op het ontvangen van bezoek wordt per 15 juni 2020 opgeheven voor alle locaties behalve voor locaties waar zich nog één of meer COVID-19 besmettingen voordoen. Op die locaties is het ontvangen van bezoek nog steeds verboden, behalve in uitzonderingssituaties. In de stervensfase, of vergelijkbare omstandigheden, kan een instelling incidenteel afwijken van deze maatregel. Ook voor structurele vrijwilligers is een uitzondering op deze maatregel mogelijk. Voorts zijn uitzonderingen mogelijk voor het horen en beoordelen van een cliënt in het kader van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte personen.
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd ziet toe op de gang van zaken in verpleeghuizen en woonvormen. Op basis van de aanwijzing van 24 april 2020 dient de voorzitter op te treden indien verpleeghuizen of kleinschalige woonvormen, ondanks nadrukkelijke inspanningen van hun kant, problemen ervaren met het weigeren van bezoekers of derden die de locatie proberen binnen te komen.
Hoofdstuk 5
Artikel 2.9.