Naar hoofdinhoud
1.. Op alle markten dienen voorzieningen te worden getroffen teneinde te voorkomen dat marktondernemers elkaar kunnen besmetten, bijvoorbeeld door het plaatsen van schermen tussen kramen of het aanhouden van een afstand van anderhalve meter tussen de beweegruimtes voor bedienend personeel achter de kramen; 2.. Op alle markten wordt tussen twee tegenover elkaar gelegen kramen, marktplaatsen of eigen verkoopinrichtingen een afstand van minimaal 7,3 meter in acht genomen tussen (de plankieren van) de marktkramen of (de balies van) de verkoopwagens, teneinde de bezoekers van de markt en passanten in staat te stellen elkaar op tenminste 1,5 meter afstand te passeren en zich op te stellen voor de verkoopinrichting of kraam; dit is exclusief de ruimte voor het opstellen van rijen wachtenden; indien er voor de klanten op de markt eenrichtingsverkeer is ingesteld, dan kan worden volstaan met een afstand van 5 meter tussen tegenover elkaar gesitueerde kramen of verkoopinrichtingen; tussen kramen of andere verkoopinrichtingen en tegenovergelegen winkels, andere bebouwing, afschermingen of straatranden wordt minimaal 5,5 meter afstand (tweerichtingsverkeer) dan wel 3 meter (eenrichtingsverkeer) aangehouden; 3.. Indien het in het belang van drukte nodig is kan toegang tot het marktterrein worden gereguleerd door middel van het plaatsen van hekken of andere afzettingen. Het verplaatsen, openzetten of verkopen van waren over deze hekken en/of afzettingen heen is niet toegestaan; 4.. Indien het in het belang van drukte of voorkoming van niet naleving van de voorschriften nodig is kan de toezichthouder op de markt (marktmeester en marktbeheerder) marktondernemers aanwijzingen geven over de plaatsing van hun kramen en gedragingen jegens bezoekers en/of particuliere beveiligers, welke opgevolgd moeten worden op straffe van sluiting van de kraam of verkoopinrichting; 5.. Voor elke markt dient een plattegrond van de markt vastgesteld en openbaar gemaakt te worden waarop alle marktplaatsen zijn aangegeven, met toepassing van de navolgende bepalingen, en nadere regels worden gegeven met betrekking tot het gebruik van de verschillende typen marktplaatsen en zo nodig te volgen looproutes, zodat handhaving in individuele gevallen mogelijk is; 6.. Standwerkers zijn niet toegestaan in verband met het risico op belemmering van de doorgang voor bezoekers van de markt; 7.. Het is niet toegestaan waren te verkopen aan of via de achterzijde van de kramen; 8.. Kramen die toegang geven tot achterliggende winkels en zogeheten inloopkramen zijn slechts toegestaan indien er eenrichtingsverkeer is ingesteld en twee tegengestelde stromen worden gescheiden; de marktondernemer dient hiertoe een plan ter goedkeuring voor te leggen aan het hoofd van de afdeling Markten of de organisator van de markt; 9.. Kramen en verkoopinrichtingen van marktondernemers met veel klandizie, bij wie regelmatig wachtrijen voorkomen, worden zo evenwichtig mogelijk gespreid over het marktterrein; 10.. Het is niet toegestaan om op het marktterrein voedsel of dranken te nuttigen; op alle markten is het verboden om zit- of sta gelegenheid te bieden ten behoeve van het nuttigen van voedsel of dranken; 11.. Indien er onvoldoende ruimte is voor alle marktplaatshouders, dan worden de beschikbare marktplaatsen zo verdeeld dat de markt optimaal is afgestemd op de behoeften van de bewoners van het verzorgingsgebied van de markt, met name (maar niet uitsluitend) wat betreft de verkoop van (niet ter plekke bereid) voedsel, met waar nodig: het terugbrengen van gecombineerde marktplaatsen met kramen tot maximaal twee aaneengesloten marktplaatsen, vermindering van het aantal verkopers met dezelfde waren, weigeren van verkopers voor wie geen plaats meer is; 12.. Op dagmarkten kunnen vergunningen per dag worden verleend op een zodanige wijze dat alle marktondernemers zo mogelijk op meerdere weekdagen een marktplaats kunnen innemen, waarbij de lid 11 leidend is voor de samenstelling van de markt op elke weekdag; 13.. Bij het toewijzen van marktplaatsen geldt dat binnen elke op de marktplattegrond onderscheiden categorie vaste marktplaatshouders als eerste in aanmerking komen voor een marktplaats, vervolgens tijdelijke vaste marktplaatshouders en tot slot gegadigden zonder (tijdelijke) vaste vergunning of overeenkomst voor de betreffende markt (sollicitanten); indien op de markt een experimentele zone is ingesteld dan komen vergunninghouders voor deze zone aan bod voor de sollicitanten; op gemeentelijke markten is binnen deze groepen het anciënniteitsprincipe (volgorde op de marktlijst) van toepassing;

Rechtspraak bij dit artikel