Een maatwerkvoorziening jeugd is geen voorziening waar inwoners zondermeer recht op hebben. Om te onderzoeken of de inzet van jeugdhulp noodzakelijk is wordt in het gesprek met ouders de volgende vragen gesteld:
wat de ernst en de aard is van de problemen die worden ervaren?
welke factoren het probleem veroorzaken of instandhouden?
wat de gevolgen nu en in de toekomst zijn er geen hulp wordt geboden?
wat er wel goed gaat?
Bij het al dan niet verwijzen naar jeugdhulp spelen een aantal overwegingen een rol:
Kan de zorg of het probleem ook worden opgelost zonder de inzet van jeugdhulp?
Wat zijn de mogelijkheden en het zelfoplossend vermogen van ouders en hun netwerk?
Betreft het gebruikelijke of bovengebruikelijke zorg?
Is er andere wetgeving van toepassing? Zoals bijvoorbeeld ondersteuning vanuit de wet langdurige zorg, de zorgverzekeraar of de wet op het passend onderwijs?
In het onderstaande overzicht staat per leeftijd aangegeven wat de opvoedingsopgave van de ouder is en wat ernstige problemen zijn:
+/- 0-2 jaar, belangrijke opvoedmilieus: gezin, opvang
Ontwikkelingsopgave jeugdige
Fysiologische zelfregulatie
Veilige hechting
Exploratie
Autonomie en individuatie
Opvoedingsopgave ouder
Soepele verzorging
Sensitieve en responsieve interactie bieden
Beschikbaarheid
Ruimte en steun geven
Normale problemen
Voedingsproblemen
Slaapproblemen
Scheidingsangst
Angst voor vreemden, donkerte en geluiden
Ernstige problemen
Eet/slaapstoornis
Reactieve hechtingsstoornis
Huilbaby
+/- 2-4 jaar, belangrijke opvoedmilieus: gezin, opvang, (voor)school
Ontwikkelingsopgave jeugdige
Representionale vaardigheden (o.a. taal)
Constructieve omgang met leeftijdsgenoten
Internaliseren van eisen (w.o. zindelijkheid)
Sekse rol-identificatie
Opvoedingsopgave ouder
Sensitiviteit voor cognitief nivo
Positieve en bevestigende omgang
Omgaan met ambiguïteit jeugdige
Disciplinering
Seksespecifieke benadering
Normale problemen
Angst voor vreemden, donkerte en geluiden
Driftbuien
Agressie
Ongehoorzaamheid
Druk gedrag/overactiviteit
Angst i.s.m. sekse rol en identiteit
Niet zindelijk
Ernstige problemen
Scheidingsangst
Fobische/sociale angststoornis
Stoornis in taal, spraak, motoriek
Encopresis
ADHD
Gedragsstoornis beperkt tot gezin
Oppositionele gedragsstoornis jonge jeugdige
+/- 5-12 jaar, belangrijke opvoedmilieus, gezin, school, vriendengroep, verenigingen
Ontwikkelingsopgave jeugdige
Decentratie
Schoolvaardigheden
IJver (industry)
Acceptatie door leeftijdsgenoten
Opvoedingsopgave ouder
Gelegenheid geven voor omgang met leeftijdsgenoten
Schools onderricht
Waardering voor schoolwerk
Democratische en warme opvoedingsstijl
Normale problemen
Ruzies
Concentratieproblemen
Laag prestatienivo
Schoolweigering
Stelen of vandalisme als incident
Ritualistisch gedrag
Ernstige problemen
Enuresis
Stoornissen in schoolvaardigheden
Sociale terugtrekking
Persistente schoolweigering
Geslachtsidentiteit
Gedragsstoornis of vroege delinquentie
Neurosen en somatoforme stoornissen
+/- 12-19 jaar, belangrijke opvoedmilieus
Ontwikkelingsopgave jeugdige
Emotionele (en praktische) zelfstandigheid
Omgaan met eigen en andere sekse
Ontwikkeling van waardesysteem
Persoonlijkheidsontwikkeling school, beroep en samenleving
Opvoedingsopgave ouder
Emotionele steun bieden
Tolerantie voor experimenten
Leeftijdsadequate grenzen stellen
Voorbeeldfunctie vervullen
Meer symmetrische relatie met jeugdige aangaan
Normale problemen
Gebruik psychoactieve stoffen (alcohol, drugs)
Twijfels over identiteit en/of toekomst
Problemen met uiterlijk
Problemen met autoriteiten
Incidenteel spijbelen
Ernstige problemen
Alcohol en drugs
Stoornis in de identiteit
Anorexia en boulimia (nervosa)
Problemen bij seksuele oriëntatie
Suïcide
Oppositionele gedragsstoornis puber
Gedragsstoornis in groepsverband
Delinquentie
Schooluitval
Bij het bepalen van de inzet van jeugdhulp wordt ook gekeken of er sprake is van gebruikelijk zorg die van ouders verwacht kan worden of dat sprake is van bovengebruikelijke zorg. Deze afweging is aan de orde als er sprake is van chronische lichamelijke, zintuigelijke, verstandelijke en psychische beperkingen bij jeugdigen.
De omvang van de bovengebruikelijke zorg is afhankelijk van de leeftijd van het jeugdige. Voor het bepalen van het aandeel bovengebruikelijke zorg maakt de gemeente Culemborg gebruik van het afwegingskader van het CIZ (Centrum Indicatiestelling Zorg). In onderstaand overzicht is per leeftijdsgroep aangegeven wat als gebruikelijke zorg wordt gezien. Bijvoorbeeld continue toezicht is voor de leeftijdsgroep 0-2 jaar gebruikelijke zorg maar voor de leeftijd 4-12 deels bovengebruikelijk.
Bij gebruikelijke zorg wordt uitgegaan van een zekere bandbreedte waarin jeugdigen zich kunnen ontwikkelen. Zo is het niet zindelijk zijn op een leeftijd van 4 jaar niet per definitie bovengebruikelijke zorg.
Als er sprake is van langdurige bovengebruikelijke zorg dan wordt gekeken of een jeugdige valt onder de Wet Langdurige Zorg (WLZ) valt. Als een jeugdig een WLZ indicatie van het CIZ krijgt vervalt het recht op ondersteuning vanuit de jeugdwet.
Uitgangspunten hulp/zorg van ouder(s) voor jeugdigen bij het bepalen van gebruikelijke zorg volgens het afwegingskader van het CIZ:
Jeugdigen van 3 tot 3 jaar:
Hebben bij alle activiteiten zorg van een ouder nodig
Ouderlijk toezicht is zeer nabij nodig
Zijn in toenemende mate zelfstandig in bewegen en verplaatsen
Hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling
Hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden
Jeugdigen van 3 tot 5 jaar:
Kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan binnenshuis korte tijd op gehoorafstand (bijv. ouder kan was ophangen in andere kamer)
Hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling
Kunnen zelf zitten en op gelijkvloerse plaatsen zelf staan en lopen
Ontvangen zindelijkheidstraining en ouders/verzorgers
Hebben gedeeltelijk hulp en volledig stimulans en toezicht nodig bij aan- en uitkleden, eten en wassen, in- en uit bed komen, dag- en nachtritme en dagindeling bepalen
Hebben begeleiding nodig bij hun spel en vrijetijdsbesteding
Zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven
Hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden
Jeugdigen van 5 tot 12 jaar:
Jeugdigen vanaf 5 jaar hebben een reguliere dagbesteding op school, oplopend van 22 tot 25 uur per week
Kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan op enige afstand (bijv. jeugdige kan buiten spelen in directe omgeving van de woning als ouder thuis is)
Hebben toezicht nodig en nog maar weinig hulp bij hun persoonlijke verzorging
Hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling
Zijn overdag zindelijk en ’s nachts merendeel ook. Ontvangen zo nodig zindelijkheidstraining van de ouders/verzorgers
Hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school, activiteiten ter vervanging van school of vrije tijdsbesteding gaan.
Hebben een beschermde woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden
Jeugdigen van 12 to 18 jaar:
Hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen
Kunnen vanaf 12 jaar enkele uren alleen gelaten worden
Kunnen vanaf 16 jaar dag en nacht alleen gelaten worden
Kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen
Hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en maar weinig toezicht nodig
Hebben tot 18 jaar een reguliere dagbesteding op school/opleiding
Hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en ontwikkeling (bv. huiswerk of het zelfstandig gaan wonen)
Hebben tot 18 jaar een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden
Hoofdstuk 4
Artikel 4.3