6A. Maatschappelijke participatie
Projecten ontwikkelingssamenwerking
Het college kan een aanvullende subsidie verstrekken aan een lokaal initiatief ten behoeve van een project in een ontwikkelingsland indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
a. het betreft een concreet project dat in een ontwikkelingsland wordt uitgevoerd;
b. het project heeft als doel het verbeteren van de leefsituatie van de bevolking in het ontwikkelingsland.
Internationale contacten
1. Het college kan per aanvrager eenmaal per kalenderjaar subsidie verstrekken voor het onderhouden van internationale contacten in het kader van cultuur, taal of sport.
2. De subsidie bedraagt 50% van de door het college redelijk geachte begrote kosten tot een maximum van € 500,-.
Ouderenwerk
Het college kan subsidie verstrekken voor activiteiten die liggen in de sociaal-educatieve, recreatieve of sportieve sfeer en die specifiek gericht zijn op ouderen, mits verwacht wordt dat minimaal 10 ouderen aan de activiteit zullen deelnemen.
Jeugd - en jongerenwerk
1. Het college kan subsidie verstrekken voor activiteiten die liggen in de sociaal-educatieve, recreatieve of sportieve sfeer en die specifiek gericht zijn op kinderen en/of jongeren van vier tot achttien jaar, mits verwacht wordt dat minimaal 10 jongeren aan de activiteit zullen deelnemen.
2. Het college kan eenmaal per jaar, per dorp voor activiteiten ter gelegenheid van de verjaardag van de Koningin of een andere nationale feestdag, subsidie verstrekken van € 0,90 per kind van vier tot en met twaalf jaar, mits de activiteiten gericht zijn op alle kinderen van vier tot en met twaalf jaar uit het betreffende dorp.
Specifieke doelgroepen
Het college kan subsidie verstrekken aan organisaties die zich richten op specifieke doelgroepen onder volwassenen of jongeren, indien de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd:
a. gericht zijn op begeleiding en ondersteuning van volwassenen die extra of specifieke zorg behoeven;
b. gericht zijn op begeleiding en ondersteuning van jongeren en/of het gezin waarvan zij deel uitmaken, die extra of specifieke zorg behoeven.
6B. Speelvoorzieningen
1. Begripsomschrijvingen
a. speelvoorziening: een door particulier initiatief beheerd openbaar speelterrein;
b. beheerscommissie: de commissie, vereniging of stichting, die belast is met het beheer van een speelvoorziening;
c. beheersovereenkomst: overeenkomst tussen college en beheerscommissie waarin afspraken over toezicht, onderhoud en beheer van de speeltoestellen, overige opstallen en het terrein worden vastgelegd;
d. speeltoestel: een door het college als zodanig aangemerkt toestel.
2. Beheerscommissie en beheersovereenkomst
a. Om voor gemeentelijke subsidie in aanmerking te komen moet er een beheerscommissie zijn.
b. Om voor gemeentelijke subsidie in aanmerking te komen moet een beheersovereenkomst tussen college en de beheerscommissie zijn afgesloten.
3. Startsubsidie
a. Indien naar het oordeel van het college de realisatie van een nieuwe speelvoorziening of een herstart van een bestaande speelvoorziening wenselijk en noodzakelijk is, kan een eenmalige subsidie worden verleend.
b. Het gelijktijdig aanvragen van (her-)startsubsidies bij regionale en landelijke fondsen is een voorwaarde om voor een gemeentelijke (her-)startsubsidie in aanmerking te komen.
4. Onderhoudssubsidie
a. Jaarlijks kan aan de beheerscommissie een onderhoudssubsidie worden verleend.
b. Het plegen van onderhoud aan de speeltoestellen en het plegen van grond- en groenonderhoud door de beheerscommissie is een voorwaarde om voor een onderhoudssubsidie in aanmerking te komen.
c. Wanneer een beheerscommissie niet zelf het grond - en groenonderhoud verricht wordt de onder 4a genoemde onderhoudssubsidie verlaagd met de daarin berekende component voor grond - en groenonderhoud.
d. Het niet of niet geheel nakomen van de beheersovereenkomst kan leiden tot gehele of gedeeltelijke intrekking of terugvordering van de verleende subsidie.
e. Indien, naar het oordeel van het college, de jaarlijkse onderhoudssubsidie en de inkomsten van derden niet voldoende zijn om een verantwoord functioneren van de speelvoorziening mogelijk te maken, kan het college besluiten om eenmalig een extra bijdrage te verstrekken.
6C. Sport
Het college kan een subsidie van maximaal 10% van de aanschafkosten verstrekken aan een sportvereniging voor de aanschaf van een roerende zaak, mits de aanschaf naar het oordeel van het college urgent is.
6D. Cultuur
1. Begripsomschrijvingen
a. Onder culturele activiteiten worden verstaan de activiteiten die de deelname van individuen en groepen aan cultuuruitingen gericht op (persoonlijke) creatieve ontplooi- ing en kunstbeoefening bevorderen en/of stimuleren.
b. Onder 'zangvereniging' wordt mede verstaan een kinder- of jeugdkoor, een gospelgroep en een majorettekorps.
c. Onder 'muziekvereniging' wordt mede verstaan een harmonie, een fanfare, een brassband en een drumband.
d. Het minimum aantal deelnemers aan culturele activiteiten waarvoor subsidie kan worden verleend, bedraagt tien
e. Onder 'jeugdlid' wordt verstaan alle leden tot en met 17 jaar.
2. Muziek- en zangverenigingen
a. Het college kan subsidie verstrekken aan een vereniging indien de vereniging minimaal één openbare uitvoering per jaar verzorgt.
b. Indien de vereniging wordt opgeheven, dan wel ophoudt zijn huidige doelstelling daadwerkelijk na te streven, moet aan het instrumentarium en/of de rekwisieten in overleg met het college een bestemming worden gegeven, indien de aanschaf van dit materiaal in het verleden mede met een gift à fonds perdu of een renteloze lening van de zijde van de gemeente Dantumadiel is gerealiseerd.
c. Het college stelt per kalenderjaar € 12,- per jeugdlid beschikbaar aan een zangvereniging en € 46,- per jeugdlid aan een muziekvereniging.
d. Voor zangverenigingen geldt voor de onder 6D2c genoemde bijdrage een maximaal bedrag van € 100,- per vereniging.
e. De peildatum voor vaststelling van het aantal jeugdleden van een muziek- of zangvereniging is 1 januari van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar.
3. Toneelverenigingen
a. Het college kan subsidie verstrekken aan een toneelvereniging indien de vereniging minimaal één openbare uitvoering per jaar verzorgt.
b. Het college stelt per jeugdlid € 12,- beschikbaar aan de vereniging.
c. Voor toneelverenigingen geldt voor de onder 6D3b genoemde bijdrage een maximaal bedrag van € 100,- per vereniging.
d. De peildatum voor de vaststelling van het aantal jeugdleden van een toneelvereniging is 1 januari van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar.
4. Musea en monumenten
a. Voor het onderhouden van de molens in de gemeente Dantumadiel ontvangt stichting 'de Fryske Mole' voor een periode van zes jaar subsidie.
b. Het college kan deze periode steeds verlengen met zes jaar.
6E. Natuur, recreatie en toerisme
Het college kan subsidie verstrekken voor activiteiten van organisaties zonder winstoogmerk die als doelstelling hebben het toeristisch recreatieve klimaat, waaronder ook begrepen natuurontwikkeling, landschapverbetering, milieukwaliteiten of duurzaam te versterken, indien de activiteit:
- betrekking heeft op verbetering van de kwaliteit, deskundigheid en samenwerking óf het opheffen van knelpunten in de infrastructuur en
- een duidelijke aantoonbare verbetering brengt ofwel een versterking van de leefbaarheid voor zowel de lokale als de regionale bevolking.
6F. Educatie
Het college kan subsidie verstrekken aan scholen in Dantumadiel voor de organisatie van projecten op het terrein van taal, (voor-) lezen en cultuur in het algemeen zoals zang, dans, muziek, toneel en ( lokale ) cultuur -historie:
a. gericht op taalontwikkeling en/of het gebruik van de Friese taal;
b. gericht op bevordering van de culturele belangstelling bij hun leerlingen.
6G. Eenmalige lokale initiatieven
Het college kan subsidie verstrekken voor een eenmalige activiteit of gebeurtenis van lokale aard die een sociaal-cultureel, cultureel, sportief en/of educatief karakter heeft.
Artikel 6
Inhoudelijke beoordelingscriteria voor subsidiëring per cluster en subsidiebedrag
Onderdeel van Nadere subsidieregeling welzijn Dantumadiel 2020