Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 11

Vaststelling van de subsidie.

Onderdeel van Beleidsregels subsidie peuteropvang en VE 2020 gemeente Dalfsen

Voor de vaststelling van de subsidie overlegt houder de verantwoording uiterlijk 1 april volgend op het jaar waarvoor de subsidie is verleend. De verantwoording van de ouderbijdragen maakt hier deel van uit. Voor de vaststelling wordt gebruik gemaakt van een door de gemeente vastgesteld en door houder ingevuld ’format monitoring en verantwoording’; houder is verplicht alle gevraagde bijlagen toe te voegen. In afwijking van artikel 7 en artikel 14 lid 1a van de ‘Algemene subsidieverordening gemeente Dalfsen 2013’ voldoet dit ingevulde ‘format monitoring en verantwoording’ als financiële verantwoording. Tussentijds levert houder per kwartaal realisatiecijfers aan, door een door de gemeente beschikbaar gesteld ’format monitoring en verantwoording’ in te vullen met gegevens over het voorafgaande kwartaal. Houder dient het format maximaal 1 maand na afloop van dat kwartaal bij de gemeente aan te leveren. De vaststelling van de subsidie vindt plaats op basis van het werkelijke aantal bezette peuterplaatsen zonder kinderopvangtoeslag en VE-peuterplaatsen, het door houder gehanteerde uurtarief en de gefactureerde ouderbijdragen en met inachtneming van het gestelde in artikel 5 lid 8 en 9. Houder beschikt over onderliggende gegevens en kan deze op aanvraag binnen een redelijke termijn beschikbaar stellen aan de gemeente, zodat de gemeente desgewenst of steekproefsgewijs het recht op subsidie kan controleren. Het gaat daarbij onder meer om: een door de ouders ondertekend contract met daarin de namen, adres(sen) en BSN van ouders; naam, geboortedatum en BSN van de kinderen waarop de aanvraag betrekking heeft; een ‘Verklaring geen recht op Kinderopvangtoeslag’ (als bijlage bij het aanvraagformulier opgenomen) en een Inkomensverklaring van de niet-werkende ouder, voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag; inkomensgegevens van ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag middels recente Inkomensverklaringen of een kopie van de definitieve aangifte van de inkomstenbelasting van het voorgaande jaar; indien het gaat om een VE-peuterplaats: een bewijs van indicatiestelling voor VE van het Consultatiebureau JGZ (Jeugdgezondheidszorg). De gegevens genoemd in lid 6 moeten minimaal één kalenderjaar na het jaar waarover verantwoording is afgelegd door houder bewaard blijven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel