Bij de melding van een ondersteuningsvraag voor (kortdurend) wonen met zorg, hanteert het college het afwegingskader zoals beschreven in hoofdstuk 3. Bekeken wordt of er gebruik kan worden gemaakt van eigen kracht of dat de inwoner gestimuleerd kan worden om hier gebruik van te maken. Ook wordt onderzocht in hoeverre het sociaal netwerk een oplossing kan bieden. Mogelijk zijn er familieleden of andere bekenden waar de inwoner tijdelijk onderdak en/of ondersteuning kan krijgen, of kan de inwoner zich laten helpen door zijn sociaal netwerk met het vinden van een woning via bijv. woningnet. Voorbeelden van algemene voorzieningen, die ondersteunend kunnen zijn aan het zo zelfstandig mogelijk wonen, zijn onder andere een zelfhulphuis (het Enik Recovery college). Hier kunnen inwoners met uitdagingen op het psychische en/of verslavingsvlak door middel van cursussen, trainingen, herstelgroepen en peer- to-peer contact werken aan hun competenties en vaardigheden. Ook zijn er activiteiten op de buurtpleinen voor inwoners met een ggz problematiek of kan er gedacht worden aan ggz-maatjes via een vrijwilligersorganisatie. Verder kan mogelijk aanspraak gemaakt worden op ondersteuning vanuit andere voorzieningen, zoals de Zvw of kan in crisissituaties de GGZ-crisisopvang worden benut.
Gezien het vaak urgente en ernstige karakter van dit type ondersteuningsvragen, wordt het afwegingskader zoals hierboven beschreven niet heel uitgebreid toegepast. Bovendien oordeelt het college bij deze ondersteuningsvragen al snel of een doorverwijzing naar centrumgemeente Utrecht nodig is voor ondersteuning in de vorm van BW en MO.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.8
Artikel 5.8.1
Afwegingskader
Onderdeel van Beleidsregels Wmo en Jeugdhulp gemeente Nieuwegein 2020