Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.1

Artikel 6.1.1

Vaststellen (boven)gebruikelijke hulp ondersteuningsbehoefte kind

Onderdeel van Beleidsregels Wmo en Jeugdhulp gemeente Nieuwegein 2020

Om vast te stellen welke hulp bij een ondersteuningsvraag van het kind bovengebruikelijk is, beoordeelt het college welke hulp substantieel uitgaat boven de hulp die een jeugdige van dezelfde leeftijd zonder beperkingen redelijkerwijs nodig heeft. Substantieel omdat ook bij jeugdigen zonder beperkingen van dezelfde leeftijd de inzet van de dagelijkse zorg van kind tot kind verschilt (ECLI:NL:CRVB:2013:1419). In bijlage 5 is een overzicht opgenomen dat het college als leidraad hanteert. Het overzicht bevat een omschrijving van de hulp en ondersteuning die elk kind bij het opgroeien van zijn ouder(s) nodig heeft tijdens de verschillende ontwikkelfasen en op verschillende levensgebieden20Gebaseerd op meerdere bronnen, waaronder richtlijnen Gebruikelijke zorg van ouders voor kinderen met een normaal ontwikkelingsprofiel van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), Beleidsregels indicatiestelling Wlz 2020 en de Factsheet ‘Zorg voor kinderen met een intensieve zorgvraag- gebruikelijke hulp. . Bij de beoordeling welke hulp hier substantieel bovenuit gaat, betrekt het college de volgende vier factoren: Leeftijd van de jeugdige Aard van de zorghandelingen Frequentie en patroon van de zorghandelingen Tijdsomvang van de zorghandelingen Leeftijd van de jeugdige Rekening wordt gehouden met verschillen die tussen jeugdigen in dezelfde leeftijdscategorie bestaan. Ook bij gezonde jeugdigen van dezelfde leeftijd kan de ene jeugdige meer zorg nodig hebben dan de andere. Het ene kind is nu eenmaal sneller zelfstandig dan het andere kind. Denk bijvoorbeeld aan het zindelijk worden. Veel kinderen van 4 jaar zijn overdag zindelijk en gaan zelf naar het toilet. Maar het is niet ongewoon dat een kind van deze leeftijd hier stimulans, hulp of toezicht bij nodig heeft. Deze stimulans en hulp mag van ouders worden verwacht en is gebruikelijke hulp. Aard van de handelingen Voor handelingen die de jeugdige zelfstandig kan uitvoeren, hoeft geen hulp te worden verleend. Gebruikelijke hulp bij kinderen kan ook handelingen omvatten die niet standaard bij alle kinderen voorkomen. Het gaat dan om handelingen die een gebruikelijke hulp­ handeling vervangen, zoals het geven van sondevoeding in plaats van eten of het legen van een katheterzakje in plaats van verschonen. Frequentie en patroon van de handelingen Handelingen die meelopen in het normale patroon van dagelijkse zorg voor een kind, zoals drie keer eten per dag, kunnen als gebruikelijke hulp worden aangemerkt. Denk bijvoorbeeld aan het geven van medicijnen tijdens de maaltijden. Tijdsomvang van de handelingen De omvang van de tijd die met de handelingen is gemoeid, kan ertoe leiden dat niet langer van gebruikelijke hulp sprake is. Alle kinderen hebben tot een bepaalde leeftijd hulp nodig bij wassen en aankleden. Als deze handelingen veel meer tijd kosten, bijvoorbeeld vanwege spasticiteit, wordt deze extra tijd niet als gebruikelijke hulp gezien. In bijlage 6 is een overzicht opgenomen dat als richtlijn wordt gehanteerd bij het bepalen van de tijdsinvestering voor bovengebruikelijke handelingen in de persoonlijke verzorging. Bovenstaande factoren worden telkens in samenhang met elkaar beoordeeld. Daarbij wordt steeds gekeken naar de individuele omstandigheden van de jeugdige en het gezin. Zo kan een handeling die naar zijn aard en omvang voor een kind van een bepaalde leeftijd gebruikelijk is, in een individuele situatie veel vaker voorkomen (frequentie). Of veel meer tijd kosten (tijdsomvang), waardoor deze zorg niet geheel als gebruikelijke hulp kan worden aangemerkt. Voorbeelden: Een kind heeft tot de leeftijd van 6 jaar hulp nodig bij het aan- en uitkleden. Het is aan de ouder deze hulp te bieden. Wanneer een kind van 12 jaar nog steeds hulp nodig heeft bij het aan- en uitkleden, is deze hulp, gezien de leeftijd van het kind, aan te merken als boven-gebruikelijk. Het geven van sondevoeding aan een kind van 2 jaar vervangt het geven van etenof drinken en is daaromgebruikelijke hulp. Als het voeden via de sonde meer tijd kost, of vaker moet gebeuren dan de normale dagelijkse eet- en drinkmomenten (frequentie) kan sprake zijn van bovengebruikelijkehulp.

Rechtspraak bij dit artikel