Op grond van de Jeugdwet (artikel 2.3 lid 1 van de Jeugdwet) hoeft het college geen voorziening Jeugdhulp te treffen wanneer de jeugdige of de ouders in staat zijn de problemen zelf op te lossen. Dit wordt in de praktijk ook wel ‘eigen kracht’ genoemd en is gebaseerd op het principe dat ouders op de eerste plaats zelf verantwoordelijk zijn voor het gezond en veilig opgroeien van hun kinderen en dus ook voor het oplossen van problemen die zich daarbij voordoen.
Om te bepalen of sprake is van voldoende eigen kracht van ouders, hanteert het college de volgende hulpvragen:
Is de ouder (en/of het sociaal netwerk) in staat de noodzakelijke hulp te bieden?
Is de ouder (en of het sociaal netwerk) beschikbaar om de noodzakelijke hulp te bieden?
Levert het bieden van de hulp overbelasting van de ouder op?
Wanneer uit het onderzoek naar deze factoren blijkt dat de ouder de benodigde hulp kan bieden zonder dat dit tot problemen leidt op één van deze terreinen, dan kan het college concluderen dat er sprake is van voldoende eigen kracht. Ook bij een bovengebruikelijke hulpvraag hoeft in dat geval geen maatwerkvoorziening Jeugdhulp te worden ingezet. Het complete afwegingskader is opgenomen in bijlage 7.
Kortom, het college houdt rekening met een eigen oplossing door ouders, ook bij een bovengebruikelijke hulpvraag. Als ouders bovengebruikelijke hulp bieden, kan het college tot het besluit komen dat de inzet van een maatwerkvoorziening Jeugdhulp niet nodig is.
Wanneer uit het onderzoek blijkt dat het bieden van bovengebruikelijke hulp overbelasting van de ouder oplevert, hanteert het college als uitgangspunt dat in die situatie geen maatwerkvoorziening Jeugdhulp in de vorm van een pgb kan worden toegekend voor ondersteuning aan het kind geboden door de overbelaste ouder. Zie ook paragraaf 4.4.4.
In hoofdstuk 3 paragraaf 3.2 staat beschreven wat gebruikelijke hulp is. Om na te gaan welk deel van een ondersteuningsvraag Jeugdhulp gebruikelijke hulp betreft, is het nodig een onderscheid te maken tussen:
Een ondersteuningsvraag van een kind: Er worden belemmeringen ondervonden bij het veilig en gezond opgroeien.
Een ondersteuningsvraag van een ouder: Er worden belemmeringen ondervonden bij het opvoeden van zijn of haar kind.
Ondersteuningsvraag van een kind
Vanuit het perspectief van het kind, is gebruikelijke hulp de hulp die het kind naar algemeen aanvaarde opvattingen bij het veilig en gezond opgroeien mag verwachten van de inwonende huisgenoten, zoals de ouder(s), broers of zussen.
In het Burgerlijk Wetboek (artikel 1:247BW) is geregeld dat ouders verplicht zijn een minderjarig kind te verzorgen, op te voeden en toezicht te bieden. Het gaat om de zorg en de verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijke welzijn en de veiligheid van het kind, maar ook om het bevorderen van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid. Deze plicht voor ouders geldt tot het kind 18 jaar wordt. Daarna geldt een voortgezette onderhoudsplicht voor de kosten van levensonderhoud en studie tot het kind 21 jaar wordt. Beide gelden ook voor een kind met een ziekte, aandoening of beperking.
Ondersteuningsvraag van de ouder
Vanuit het perspectief van de ouder, is gebruikelijke hulp de hulp die de ouder naar algemeen aanvaarde opvattingen bij het opvoeden van het kind mag verwachten van de partner of eventuele andere meerjarige huisgenoten.
Zoals aangegeven in paragraaf 3.2 wordt hulp die in omvang en intensiteit de gebruikelijke hulp substantieel overstijgt, aangemerkt als bovengebruikelijke hulp. Alleen wanneer er sprake is van bovengebruikelijke hulp en/of de gebruikelijke hulp niet geboden kan worden in verband met beperkte veerkracht/overbelasting of onvoldoende deskundigheid van de huisgenoot, kan een maatwerkvoorziening worden ingezet. Mits hiervoor ook geen beroep kan worden gedaan op de eigen kracht, hulp van personen uit het sociaal netwerk, algemeen gebruikelijke, andere en/of algemene voorzieningen.
Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.1
Artikel 6.1.1
Eigen kracht bij een bovengebruikelijke ondersteuningsvraag
Onderdeel van Beleidsregels Wmo en Jeugdhulp gemeente Nieuwegein 2020