De Jeugdwet schrijft niet voor hoe de jeugdhulp eruit moet zien. Jeugdhulp moet de jeugdige in staat stellen om:
gezond en veilig op te groeien;
te groeien naar zelfstandigheid, en;
voldoende zelfredzaam te zijn en deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau.
Bij het zo gezond en veilig mogelijk opgroeien gaat het niet alleen om de lichamelijke gezondheid, maar ook om de geestelijke gezondheid, een gezonde leefstijl en continuïteit in opvoeding en verzorging. Bij de woorden 'veilig opgroeien' moet gedacht worden aan geborgenheid, liefde, respect, aandacht, grenzen, structuur en regelmaat, veiligheid thuis en buitenshuis.
Onder ‘het krijgen van ontwikkelkansen’ verstaan we dat kinderen en jongeren de mogelijkheid hebben om zich te ontwikkelen op verschillende gebieden, zoals sociaal, emotioneel, cognitief en fysiek. Ontwikkelkansen worden onder meer vergroot door het verminderen van risicofactoren en het versterken van beschermende factoren die invloed hebben op de ontwikkeling van jeugdigen.
Met ‘het groeien naar zelfstandigheid’ bedoelen we dat er gestreefd wordt naar zo zelfstandig mogelijk functioneren van de jeugdigen, op diverse leefgebieden die nodig zijn voor het deelnemen aan de maatschappij: wonen, werken, leren, relaties en vrije tijd, rekening houdend met leeftijd en ontwikkelingsniveau.
Met de woorden 'deelnemen aan het maatschappelijk verkeer' wordt niet alleen gedoeld op de mogelijkheden van de jeugdige om actief betrokken te zijn bij de maatschappij, maar ook op de wijze waarin de jeugdige zelf een steentje kan bijdragen aan de maatschappij.
Hoe de jeugdige mee kan denken en mee kan doen, mogelijkheden heeft voor het beoefenen van sport en cultuur en voorbereid is op zijn toekomst door het behalen van een diploma, het vinden van werk en het zelf in zijn levensonderhoud kunnen voorzien.
Bij al deze aspecten wordt rekening gehouden met de leeftijd en het ontwikkelingsniveau van de jeugdige. Daarmee wordt bedoeld dat het niet altijd mogelijk zal zijn om volledige zelfstandigheid of volledige maatschappelijke participatie te bereiken. Er zullen situaties zijn waarbij het gezien de leeftijd en de beperkingen van de jeugdige niet mogelijk is volledig zelfstandig te zijn of volledig maatschappelijk te participeren. Denk bijvoorbeeld aan een ernstig meervoudig gehandicapte jeugdige. Het college heeft een inspanningsverplichting om een zo goed mogelijk resultaat te bereiken.
In alle gevallen hebben de opvoeders een belangrijke taak. Het versterken van opvoeders in hun rol (opvoedondersteuning) kan hierbij een doel zijn. De gemeente stimuleert en faciliteert dit waar mogelijk en nodig.
Hoofdstuk 1. › Paragraaf 1.1
Artikel 1.1.3
Gezond en veilig opgroeien en groeien naar zelfstandigheid
Onderdeel van Beleidsregels Wmo en Jeugdhulp gemeente Nieuwegein 2020