Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1. › Paragraaf 1.2

Artikel 1.2.1

Krachtgericht werken

Onderdeel van Beleidsregels Wmo en Jeugdhulp gemeente Nieuwegein 2020

Het college heeft de opdracht om te beoordelen in hoeverre een inwoner op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, hulp van personen uit het sociaal netwerk (inclusief eventuele mantelzorg) dan wel met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke, andere of algemene voorzieningen zijn ondersteuningsvraag kan oplossen. In de Wmo en de Jeugdwet wordt ook benoemd dat het college onderzoekt wat de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de inwoner zijn. Bij het bepalen van de behoefte van de inwoner hanteert het college de methodiek Krachtwerk1Krachtwerk is een basismethodiek voor mensen die tijdelijk of langdurig de grip op hun leven zijn kwijtgeraakt. Het uitgangspunt is dat inwoners ook bij tegenslag het vermogen hebben te herstellen en hun leven weer op en aan te pakken.. Het college gaat na wat precies de ondersteuningsvraag is en wat diens (ontwikkel)mogelijkheden, hulpbronnen en krachten zijn. Binnen het krachtgericht werken staan jezelf zijn, meedoen, ertoe doen en erbij horen centraal. Er wordt gewerkt vanuit de volgende zes basisprincipes: De inwoner heeft het vermogen te herstellen en zijn leven te veranderen. Er wordt gefocust op krachten en niet op tekortkomingen. De inwoner heeft de regie over de begeleiding. De werkrelatie staat centraal en is essentieel. Er wordt gewerkt in de natuurlijke omgeving. De samenleving is een belangrijke hulpbron. De meeste inwoners kennen hun eigen situatie het beste en weten doorgaans ook zelf het beste wat ze nodig hebben. Het college gaat op basis daarvan met de inwoner in gesprek. Niet vanuit een behoefte om te ‘zorgen voor’ en met een vaststaand aanbod in de hand, maar vanuit gemeende belangstelling voor een uniek mens en aansluitend bij de oplossing die deze persoon zelf voorstaat. Gekeken wordt in hoeverre aan de wensen en de behoefte van de inwoner binnen de grenzen van de Wmo, de Jeugdwet en de verordening tegemoet gekomen kan worden. Het is onmogelijk om in beleidsregels vast te stellen welke criteria per situatie gelden om bovenstaande te beoordelen. Dit strookt ook niet met het uitgangspunt van maatwerk: iedere situatie is anders en per situatie wordt beoordeeld hoe de ondervonden belemmering opgelost kan worden. Dit is afhankelijk van allerlei factoren zoals bijvoorbeeld de mate waarin het probleem voorkomt en de aanwezigheid en de omvang van een sociaal netwerk. Gekeken wordt wat redelijk is en naar aanvaardbare normen gangbaar.

Rechtspraak bij dit artikel