Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.2

Artikel 2.2.5

Kortdurende en langdurige ondersteuningsbehoefte

Onderdeel van Beleidsregels Wmo en Jeugdhulp gemeente Nieuwegein 2020

Wanneer er geen sprake is van een spoedsituatie, verkent het college tijdens het onderzoek of de ondersteuningsbehoefte kortdurend of langdurig is. De volgende invulling van deze begrippen wordt gehanteerd. Kortdurend: Er is uitzicht op herstel van het probleem waarvoor ondersteuning gewenst is ten aanzien van de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie en/of het gezond en veilig opgroeien van een jeugdige of groeien naar zelfstandigheid. Het gaat hierbij om een periode van maximaal drie maanden en voor hulpmiddelen Wmo om een periode van maximaal zes maanden. Langdurig: Het gaat om situaties waarbij naar verwachting de ondersteuning langer dan drie maanden en voor hulpmiddelen Wmo zes maanden nodig zal zijn en mogelijk chronisch is. Dat het een langdurige zorgsituatie betreft kan al vanaf het begin duidelijk zijn. Er wordt dan niet eerst drie (voor hulpmiddelen zes) maanden ‘gewacht’ voordat het college een maatwerkvoorziening Wmo of Jeugdhulp inzet. Voor kortdurende zorgsituaties wordt een beroep gedaan op de eigen kracht, (boven)gebruikelijke hulp, hulp van personen uit het sociaal netwerk en/of algemeen gebruikelijk, algemene of andere voorzieningen. Een maatwerkvoorziening kan ook voor een korte of lange(re) periode worden ingezet. Kort bijvoorbeeld in de vorm van respijtzorg om een ouder of mantelzorger even te ontlasten om de zorg duurzaam te kunnen blijven bieden. Lang wanneer bijvoorbeeld een inwoner permanent aangewezen is op een rolstoel om zich te kunnen verplaatsen. De termen ‘kort’ en ‘lang’ worden voor de duur van de inzet van een maatwerkvoorziening niet nader gedefinieerd, omdat dit per situatie kan verschillen.

Rechtspraak bij dit artikel