Om de doel- en rechtmatigheid van de besteding van het pgb vast te stellen, dient uiterlijk drie maanden voorafgaand aan de einddatum van de gestelde bestedingstermijn een verantwoording te worden ingediend bij het college. Het college stelt hiervoor een format ter beschikking. De verantwoording is gerelateerd aan de voorwaarden voor toekenning zoals beschreven in de beschikking in het ondersteuningsplan en bestaat in ieder geval uit:
Een beschrijving van de ingekochte ondersteuning, waaronder:
soort ondersteuning
aantal uren plus tarief
wie de zorg heeft geleverd.
Een beschrijving van de doelen die wel/niet zijn behaald met onderbouwing.
Wanneer uit de verantwoording blijkt dat de beoogde doelen/ resultaten waarvoor de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb is toegekend, niet/onvoldoende zijn behaald en de onderbouwing daarvoor naar het oordeel van het college tekort schiet, kan het college besluiten haar eerder genomen besluit tot toekenning van de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb te herzien of in te trekken. Dit is uiteraard ook het geval wanneer het college constateert dat het pgb niet is besteed aan het doel waarvoor het is toegekend.
Voorbeeld:
Een inwoner zijn zou volgens het college doelen kunnen bereiken op gebied van daginvulling en huishouden. De inwoner heeft dit met de door hem gekozen ondersteuning niet bereikt. De doelen zijn door het college opgesteld en de inwoner kocht de ondersteuning in de vorm van begeleiding in bij zijn ouders. Er kon na 2 jaar niet aangetoond worden dat er een toename was in de zelfstandigheid op gebied van dagbesteding buitenshuis en het voeren van een gestructureerd huishouden. De ondersteuning door ouders heeft niet op de gewenste gebieden de zelfstandigheid vergroot. Om deze reden mag een pgb geweigerd worden op grond van artikel 2.3.6 lid 2 onderdeel c Wmo 2015. ECLI:NL:CRVB:2018:375.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.6
Artikel 4.6.3
Verantwoording
Onderdeel van Beleidsregels Wmo en Jeugdhulp gemeente Nieuwegein 2020