Wanneer er sprake is van beperkingen en de inwoner zelf woningeigenaar is, dan zal in het gesprek aan de orde komen of de inwoner nagedacht heeft over het (deels) zelf financieren van de aanpassingen. Het college onderzoekt wat er minimaal aangepast moet worden om de belemmering van de inwoner weg te nemen, waarbij in het kader van het inzetten van eigen kracht ook de financiële mogelijkheden van de inwoner aan bod komt. Alleen door deze werkwijze toe te passen ontstaat er een complete indruk van wat in de individuele situatie van de inwoner mogelijk en gebruikelijk is en kan het college maatwerk toepassen.
Wanneer een ruimte of voorwerpen hun afschrijvingsduur voorbij zijn, acht het college het redelijk dat de inwoner (of woningeigenaar) de kosten (deels) voor zijn rekening neemt die horen bij de vervanging. In de hedendaagse maatschappij is het gangbaar dat bijvoorbeeld een badkamer na verloop van tijd wordt gerenoveerd. De Wmo neemt alleen de kosten op zich die specifiek horen bij het wegnemen van de belemmering die is ontstaan als gevolg van een beperking. In de praktijk betekent dit dat het college geen technisch afgeschreven badkamers of keukens volledig gaat renoveren. Dit is woningverbetering en is voor rekening van de woningeigenaar. Het college sluit voor de technische afschrijvingstermijnen aan op de termijnen uit het ”Beleidsboek huurverhoging na woningverbetering” van de Vereniging overleg voorzitters huurcommissies. Voor sanitair en badkamer gaat het om een termijn van 25 jaar. Voor een keuken en toilet 15 jaar.
Ook wanneer er sprake is van achterstallig onderhoud en het is aantoonbaar dat de beperking voortkomt uit het achterstallig onderhoud, dan kan het college een maatwerkvoorziening Wmo ‘Wonen’ weigeren. Immers, de inwoner met een beperking zou dan bevoordeeld worden ten opzichte van woningeigenaren zonder beperking die na verloop van tijd wel hun eigen woning renoveren.
Voorbeeld:
Een inwoner heeft astma en vraagt een maatwerkvoorziening Wmo Wonen aan om normaal gebruik te kunnen maken van de woning. Uit het onderzoek blijkt dat vocht- en tochtproblemen veroorzaakt worden door achterstallig onderhoud en de gebruikte materialen. Bij achterstallig onderhoud is de eigenaar verantwoordelijk voor het saneren van de woning. Huurt de inwoner de woning, dan moet hij de verhuurder aanspreken.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.2
Artikel 5.2.3
Woningverbetering, afschrijvingsduur en achterstallig onderhoud
Onderdeel van Beleidsregels Wmo en Jeugdhulp gemeente Nieuwegein 2020