Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.2

Artikel 5.2.6

Diverse maatwerkvoorzieningen ‘Wonen’

Onderdeel van Beleidsregels Wmo en Jeugdhulp gemeente Nieuwegein 2020

In deze paragraaf volgt een toelichting op de verschillende type maatwerkvoorzieningen Wmo ‘Wonen’ en een aantal zaken die bij de beoordeling van de noodzaak een rol spelen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten woonvoorzieningen, namelijk; Losse woonvoorzieningen: Voorzieningen die niet nagelvast en dus verplaatsbaar zijn (bijvoorbeeld een toiletstoel of een verrijdbare tillift). Dit worden ook wel roerende woonvoorzieningen genoemd. Bouwkundige- en woontechnische woonvoorzieningen: Nagelvaste voorzieningen (bijvoorbeeld een traplift, een aangepaste keuken of badkamer, een plafondtillift of het verwijderen van drempels). Losse woonvoorzieningen Losse woonvoorzieningen gaan voor op bouwkundige woonvoorzieningen. Een verrijdbare tillift is bijvoorbeeld te verkiezen boven een plafondlift en een losse douchestoel boven een douchezitje aan de muur. Losse voorzieningen hebben als voordeel dat ze veelal snel kunnen worden ingezet, herbruikbaar zijn en voor meerdere doeleinden kunnen worden ingezet. Zo kan een douchestoel bijvoorbeeld ook gebruikt worden om aan de wastafel te zitten of om op te zitten bij het aankleden. Losse woonvoorzieningen worden overwegend in bruikleen verstrekt en geleverd door de leverancier (mits verstrekking in pgb, zie paragraaf 4.7). Bij de verstrekking dient de inwoner een bruikleenovereenkomst te tekenen. De toekenning is inclusief keuring, onderhoud en reparatie. Bouwkundige- en woontechnische woonvoorzieningen Indien het woonprobleem niet op een andere manier kan worden opgelost en ook verhuizing met behulp van de genoemde afweging primaat van verhuizen geen optie is, kan aan de inwoner een woningaanpassing als maatwerkvoorziening Wmo worden toegekend. Te denken valt aan: Het aanpassen van de toegang tot de woning. Het opheffen of minimaliseren van niveauverschillen. Het verbeteren van de doorgang in de woning. Het aanpassen van de keuken. Bij de afweging neemt het college de proportionaliteit altijd mee in de overweging; staan de kosten van de te realiseren woningaanpassing in verhouding tot het te behalen resultaat. En uiteraard wordt indien er meerdere opties zijn om de belemmeringen weg te nemen de goedkoopst passende oplossing gekozen. Uit jurisprudentie blijkt dat gemeenten niet alle ondervonden belemmeringen hoeven te verminderen/ weg te nemen. Het is voldoende als de inwoner in staat is om in aanvaardbare mate zelfredzaam te zijn en/of maatschappelijk te participeren. Voorbeeld: Een inwoner heeft astma en vraagt een maatwerkvoorziening Wmo Wonen aan om normaal gebruik te kunnen maken van de woning. Uit het onderzoek blijkt dat vocht- en tochtproblemen veroorzaakt worden door achterstallig onderhoud en de gebruikte materialen. Bij achterstallig onderhoud is de eigenaar verantwoordelijk voor het saneren van de woning. Huurt de inwoner de woning, dan moet hij de verhuurder aanspreken. Voor het aanbrengen van bouwkundige of woontechnische voorzieningen aan de eigen woning stelt het college een programma van eisen op. Als het gaat om een uitbreiding van ruimten onderzoekt zij welke benodigde ruimteoppervlakte aangehouden moeten worden, rekening houdend met de hulpmiddelen die de inwoner nodig heeft. Hierbij hanteert het college het Handboek voor Toegankelijkheid. Bij aanpassingen vanaf een bedrag van € 5.000,00 wordt aan de hand van het programma van eisen twee of meer offertes opgevraagd en beoordeeld. De goedkoopst passende oplossing zal worden gerealiseerd. Bouwkundige nagelvaste woonvoorzieningen in natura worden in eigendom aan de woningeigenaar verstrekt ongeacht de hoogte van de aanschafprijs van de voorziening. De woningeigenaar is verantwoordelijk voor onderhoud en reparatie van de voorziening. Een uitzondering op deze regel is dat trapliften en plafondliften wel eigendom blijven van de gemeente en de gemeente ook verantwoordelijk is voor keuring, onderhoud en reparatie van deze voorzieningen. Eigenaar woning In de Wmo is vastgelegd dat een woningeigenaar niet akkoord hoeft te gaan bij een noodzakelijke woningaanpassing voor een huurder. Voordat de woningaanpassing door het college of de inwoner zelf wordt aangebracht, moet de woningeigenaar in de gelegenheid worden gesteld te worden gehoord. Bij het verlaten van de woning is de inwoner niet gehouden de woning in de oorspronkelijke staat terug te brengen. Het college onderzoekt of de aangepaste woning behouden kan worden voor een andere inwoner met een beperking. Wanneer dit niet het geval is, is het de verantwoordelijkheid van de woningeigenaar (verhuurder) om de woningaanpassing te (laten) verwijderen. De kosten van het verwijderen van woningaanpassingen vallen niet onder de Wmo.

Rechtspraak bij dit artikel