Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.2

Artikel 5.2.9

Aanpassen gemeenschappelijke ruimte

Onderdeel van Beleidsregels Wmo en Jeugdhulp gemeente Nieuwegein 2020

Als een inwoner in een wooncomplex voor ouderen of personen met een beperking woont, dan wordt van de eigenaar van dit wooncomplex verlangd dat het complex aan de basiseisen van toegankelijkheid voor deze doelgroepen (conform Handboek voor Toegankelijkheid) voldoet. Het toegankelijk maken en gebruiken van gemeenschappelijke ruimten valt dan in beginsel niet onder de Wmo, omdat dit tot het uitrustingsniveau van een dergelijk wooncomplex behoort. Denk hierbij aan het aanbrengen van elektrische toegangsdeuren of het minimaliseren van niveauverschillen. Wanneer een inwoner in een ander wooncomplex woont, zoals reguliere flats, geldt op basis van eigen kracht ook dat éérst een beroep wordt gedaan op de woningeigenaar (bijvoorbeeld de woningcorporatie of VvE). Als voorzieningen zoals automatische deuropeners in gemeenschappelijke ruimten worden geplaatst, is er doorgaans sprake van collectief gebruik. Immers ook andere bewoners van het appartementencomplex profiteren van deze verbeteringen. De woningeigenaar heeft in principe de verantwoordelijkheid de gemeenschappelijke ruimten voor alle inwoners in het dagelijks gebruik geschikt te maken en te houden, volgens de algemeen aanvaarde (veiligheids-)normen. Uiteraard blijft de gemeente aanspreekbaar voor het eventueel verstrekken van een individuele maatwerkvoorziening Wmo ‘Wonen’ zijnde een woningaanpassing in gemeenschappelijke ruimten. Wanneer een woningeigenaar in een wooncomplex voorzieningen wil treffen voor collectief gebruik ten behoeve van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie van de bewoners van het complex staat het college open voor een gesprek over een mogelijke bijdrage vanuit de gemeente.

Rechtspraak bij dit artikel