Ten aanzien van de eigen kracht bekijkt het college wat de mogelijkheden zijn tot het aanleren van vaardigheden en (zelf)organisatie. Is de inwoner bijvoorbeeld in staat om zelf structuur aan te brengen en te behouden in vorm van een dag/weekplanning? Hoe is het organiserend vermogen van de inwoner om zelf activiteiten te ondernemen op het gebied van vrije tijd en/of (on)betaald werk? Mogelijk kan het sociaal netwerk hierbij ondersteunen. Qua ondersteuning vanuit andere voorzieningen wordt bekeken wat de mogelijkheden zijn op grond van de Ziektewet, de WIA, Wajong of de Participatiewet. Het college onderzoekt wat de inwoner kan of kan leren in betaald werk, onbetaald werk, een leerwerktraject of participatieplek. Zo wordt integraal vanuit verschillende wettelijke kaders beoordeeld op welke wijze het beste maatwerk geboden kan worden aan de inwoner. Ook kan in sommige gevallen de Wlz aan de orde zijn. Wanneer het een inwoner betreft ouder dan de pensioengerechtigde leeftijd, is de mate van arbeidsvermogen uiteraard niet meer relevant. Echter heeft een inwoner van boven deze leeftijd meestal nog wel behoefte aan zinvolle dagactiviteiten, zoals het doen van vrijwilligerswerk, het ontmoeten van anderen of creatieve activiteiten.
In het kader van algemene voorzieningen is er een breed aanbod voor vrijwilligerswerk, of-ondersteuning, deelname aan sport, activiteiten op de buurtpleinen of in woonzorgcentra waar de inwoner mogelijk aan kan deelnemen (zie bijlage 1 voor voorbeelden van algemene voorzieningen). De voorkeur gaat uit naar dagactiviteiten zo dicht mogelijk bij huis, met als voordeel dat men door activiteiten in de buurt het eigen sociaal netwerk kan vergroten.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.7
Artikel 5.7.1
Het afwegingskader
Onderdeel van Beleidsregels Wmo en Jeugdhulp gemeente Nieuwegein 2020