Begeleiding is er voor jeugdigen onder de 18 jaar die niet of onvoldoende zelfredzaam zijn. Bij zelfredzaamheid moet gedacht worden aan het vermogen om dagelijks algemene levensverrichtingen zelfstandig te kunnen uitvoeren, zoals wassen, aankleden en koken. Maar het kan ook gaan om 'psychosociale zelfredzaamheid': het vermogen tot sociaal functioneren in de dagelijkse leefsituaties, zoals thuis, op school, bij het winkelen, vrijetijdsbesteding, in relatie met vrienden, collega’s enz. De zorg is gericht op behoud, bevorderen of compenseren van het zelfstandig functioneren van jeugdigen met matige tot zware beperkingen. Het gaat om:
Jeugdigen met een (licht) verstandelijke beperking
Jeugdigen met een zintuiglijke beperking (zoals doof- of blindheid)
Jeugdigen met een lichamelijke beperking
Jeugdigen met somatische problematiek (zoals een chronische ziekte)
Jeugdigen met psychiatrische problematiek (diagnose op basis van DSM-V)
Jeugdigen met sociaal-emotionele problematiek
Jeugdigen met gedragsproblematiek (niet gediagnosticeerd)
Het meer zelfstandig worden, wordt met Begeleiding aangeleerd door te oefenen met bepaalde vaardigheden zoals wassen, koken of aankleden. Maar ook met het aanbrengen van structuur, dat ook bijdraagt aan maatschappelijke participatie. Denk aan hulp bij het plannen van activiteiten, besluiten nemen, regelen van dagelijkse zaken en structureren van de dag. Ook praktische ondersteuning is mogelijk, bijvoorbeeld het aanreiken van zaken aan een rolstoelgebonden persoon.
De maatwerkvoorziening Begeleiding kan ook worden toegekend ten behoeve van een ouder. Dit wordt opvoedondersteuning of opvoedhulp genoemd. Zie hiervoor paragraaf 6.4.
Begeleidingsniveaus
Binnen de maatwerkvoorziening Begeleiding worden drie niveaus onderscheiden: licht, midden en zwaar. In onderstaand overzicht dat bedoeld is als richtlijn, staat voor elk niveau een korte beschrijving en wat voorbeelden.
Begeleidingsniveau
Omschrijving
Begeleiding licht
Begeleiding licht heeft betrekking op enkelvoudige opvoed- en/of opgroeivragen van jeugdigen en/of ouders die over het algemeen goed functioneren, maar hierbij een steuntje in de rug kunnen gebruiken.
Enkelvoudig betekent dat er vaak maar op één leefgebied een vraag is en/of een achterstand op vaak maar één ontwikkeltaak. Er is een hoge mate van zelfstandigheid en er is geen noodzaak om taken over te nemen, behalve als het gaat om persoonlijke verzorging (ADL-handelingen).
Denk aan begeleiding thuis, oefenen in het reizen met openbaar vervoer en persoonlijke verzorging.
Begeleiding midden
Begeleiding midden heeft betrekking op meervoudige opvoed- en/of opgroeivragen van jeugdigen en/of ouders. Meervoudig betekent dat er een vraag op meerdere leefgebieden is. De jeugdige loopt achter op meerdere ontwikkeltaken en/of vertoont probleemgedrag. Zelfstandigheid is niet vanzelfsprekend. Bijsturing is vereist en taken moeten soms (gedeeltelijk) worden overgenomen.
Denk aan individuele begeleiding van autistische kinderen en aanvullende individuele begeleiding voor bepaalde jeugdigen die in een groep begeleid worden.
Begeleiding zwaar
Begeleiding zwaar heeft betrekking op complexe meervoudige opvoed- en/of opgroeivragen van jeugdigen en/of ouders.
Er zijn complexe vragen op meerdere leefgebieden. De jeugdige loopt achter op meerdere ontwikkeltaken en/of vertoont ernstig probleemgedrag. Er is sprake van een beperkte zelfstandigheid. Deskundige sturing is vereist en vaak moeten taken worden overgenomen (ook lichte taken). Er is onvoorspelbaarheid in gedrag en een zorgbehoefte.
Denk aan inzet intensief ambulante begeleiding in gezinnen met complexe problematiek (bijv. ter voorkoming van residentiële opvang).
Persoonlijke verzorging Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen (ADL)
Hiermee wordt de zorg bedoeld die gericht is op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid. Het gaat om handelingen die worden overgenomen. Bijvoorbeeld zorg bij: wassen, lichamelijke hygiëne, toiletbezoek, reguliere huidverzorging, mond-, en gebitsverzorging en hand- en voetverzorging.
Persoonlijke verzorging voor jeugdigen tot 18 jaar die nodig is in verband met een ‘behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop’ wordt geboden vanuit de Zvw. Voorbeelden van deze zorg zijn: schoonhouden en verzorgen van een stoma, het toedienen van medicijnen via een infuus of het toedienen van sondevoeding.
Bepalen van het begeleidingsniveau
Op basis van de ondersteuningsvraag en beoogde doelen waarvoor het college de maatwerkvoorziening Begeleiding toekent, bepaalt het college welk begeleidingsniveau passend is. Indien zij dat nodig acht, wint zij hiervoor advies in bij de jeugdhulpaanbieder. Vervolgens stelt de jeugdhulpaanbieder samen met de inwoner een plan van aanpak op waarin zij de doelen vertaalt in activiteiten etc.
Bij een eventuele aanvraag voor een verlenging van een indicatie wordt het plan van aanpak geëvalueerd en wordt beoordeeld in hoeverre de doelen behaald zijn (waarom wel/niet). Indien bij de evaluatie blijkt dat de inwoner en jeugdhulpaanbieder, verwijtbaar, niet werken aan de gestelde doelen, dan heeft het college de mogelijkheid om de inwoner te verwijzen naar een andere jeugdhulpaanbieder, dan wel de maatwerkvoorziening in te trekken.
Jeugdhulpaanbieder is het niet eens met (de omvang van) de indicatie
Indien de jeugdhulpaanbieder van mening is dat het door het college geïndiceerde begeleidingsniveau of de omvang in uren niet toereikend is, dan dient de aanbieder in het plan van aanpak dat zij samen met de inwoner opstelt, te beschrijven wat de benodigde begeleiding is, hoe deze vormgegeven gaat worden, waarin en waarom deze afwijkt van hetgeen geïndiceerd is. Het college gaat na of zij op basis van de onderbouwing van de jeugdhulpaanbieder haar eerder genomen besluit herziet.
Vormen van begeleiding
Begeleiding kan individueel of in groepsverband aan de jeugdige worden geboden. Gekeken wordt welke vorm het best passend is om de gestelde doelen te realiseren. Begeleiding is vaak onderdeel van een samenhangend pakket van zorgverlening. Het kan zowel bij verblijf van de jeugdige in een instelling geboden worden als thuis ter voorkoming van uithuisplaatsing. Verder kan voor bepaalde jeugdigen vanwege hun problematiek specifieke begeleiding nodig zijn. Denk bijvoorbeeld aan een kind dat vanwege zijn problematiek/beperkingen extra begeleiding nodig heeft op school (onderdeel van een onderwijszorgarrangement (OZA)), tijdens het sporten, het volgen van (regulier of privé) zwemles of in de naschoolse opvang. De inzet van deze specifieke begeleiding moet nodig zijn in verband met de beperking van de jeugdige én bijdragen aan zijn zelfstandigheid, zelfredzaamheid en/of maatschappelijke participatie. Bij de toekenning van specifieke begeleiding kan sprake zijn van algemeen gebruikelijke kosten. Dit zijn kosten die ook een persoon zonder beperking heeft aan bijvoorbeeld onderwijs, sporten, het volgen van zwemles of opvang (zie ook paragraaf 3.3). Denk aan contributie, lesgeld, kosten van opvang etc. Ouders met een inkomen onder het sociaal minimum kunnen hiervoor mogelijk gebruik maken van het aanbod van Stadspas Nieuwegein of een beroep doen op bijzondere bijstand als respectievelijk algemene of andere voorziening.
Onderwijszorgarrangementen
Een OZA is een integrale samenwerking tussen onderwijs en gemeente waarin naast ondersteuning vanuit het onderwijs (Passend Onderwijs) door de gemeente Begeleiding als maatwerkvoorziening Jeugdhulp wordt ingezet. Deze arrangementen zijn er zowel in het regulier als het speciaal onderwijs en kunnen rondom een individueel kind, maar ook voor groepen kinderen worden georganiseerd.
De integrale samenwerking tussen onderwijs en gemeente en de gezamenlijke financiering vanuit passend onderwijs en jeugdhulpbudget, zijn de kerncomponenten van een OZA. Indien er geen sprake is van een gezamenlijke samenwerking én cofinanciering, betreft het geen OZA.
Het college en het onderwijs bekijken steeds per situatie (en bij individuele arrangementen in nauwe afstemming met ouders) hoe het OZA het beste vorm kan worden gegeven. Het college en het onderwijs maken daarbij afspraken over de benodigde inzet vanuit passend onderwijs en jeugdhulp, de beoogde doelen, monitoring en wie de regie voert. Het gaat immers om maatwerk. Welk deel van de ondersteuning in een OZA voor rekening van het onderwijs komt en welk deel voor het college, wordt in goed overleg (niet in het bijzijn van de jeugdige en/of zijn ouders) bepaald. Hieronder staat de doelen van een OZA opgesomd met enkele voorbeelden.
Doel OZA
Omschrijving
Terugleiden
Kinderen die in het onderwijs zijn uitgevallen worden door middel van een onderwijszorgarrangement teruggeleid naar onderwijs.
Opbouwen
Onderwijsdeelname geleidelijk opbouwen. Voor kinderen die nooit of niet langdurig op school hebben gezeten.
Versterken
Kinderen binnen het onderwijs goed laten functioneren, in de bestaande setting. Ondersteuning vindt plaats binnen de klas en soms deels ook buiten de klas.
Aanpassen
De onderwijsleersituatie structureel aanpassen. Jeugdhulp en onderwijs zijn hiervoor samen verantwoordelijk. Denk aan een aparte klas of structuurgroep voor kinderen met autisme.
Doorleiden
Ondersteuning bij breukvlakken in de schoolloopbaan en de overgang naar werk. Denk o.a. aan begeleiding van jeugdhulp bij dagbesteding, stages en/of doorleiding naar arbeid.
Jeugdwet of De Wet passend Onderwijs
In de Wet passend Onderwijs staat dat scholen extra hulp moeten geven aan leerlingen die dat nodig hebben. De hulp van de school gaat over beter leren. Heeft uw kind ook op andere gebieden hulp nodig, dan valt die hulp onder de Jeugdwet. Omdat Jeugdhulp en Passend onderwijs ook in combinatie nodig kunnen zijn wordt samengewerkt tussen het college en het onderwijs om passende ondersteuning, zo nodig in onderwijstijd mogelijk te maken.
Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.3
Artikel 6.3.1
Begeleiding
Onderdeel van Beleidsregels Wmo en Jeugdhulp gemeente Nieuwegein 2020