Het college is van mening dat elke inwoner moet kunnen profiteren van de voordelen van (on)betaald werk en activering. Dat geldt ook voor inwoners met een beperking en/of een afstand tot de arbeidsmarkt. Soms zijn inwoners (tijdelijk) niet in staat om te werken of hebben een activering nodig als opstapje naar (on)betaald werk. Activering begint dan vaak met het opdoen van sociale contacten, een dagritme hebben en positief werken aan een gevoel van (eigen)waarde, welke de mogelijkheden voor een volgende stap vergemakkelijken. Bij de maatwerkvoorziening arbeidsmatige activering werken inwoners onder begeleiding, in een werksetting, afgestemd op de mogelijkheden en interesses van de inwoner. Hierbij gaat het om een maatschappelijke of economische waarde, maar ook om werkervaring opdoen.
Arbeidsmatige activering heeft de volgende doelstellingen:
Inwoners hebben door werkstructuur en -ritme een gevoel van veiligheid en kunnen zich ontwikkelen.
Inwoners kunnen beter structuur geven aan hun dagen.
Inwoners ontwikkelen een ambitie om te werken binnen de eigen mogelijkheden.
Inwoners hebben meer sociale contacten en doen meer mee in de samenleving.
Inwoners ontwikkelen vakgerichte competenties en werknemersvaardigheden.
Arbeidsmatige activering is toegankelijk voor inwoners waarvoor een betaalde baan (vooralsnog) een brug te ver is. Echter hebben zij wel de mogelijkheden en talenten om een maatschappelijke of economische bijdrage te kunnen leveren. Ook hebben zij het leervermogen om nog (kleine) stappen te kunnen zetten in hun ontwikkeling. Als er mogelijkheden zijn om mensen in beweging te krijgen en te houden, wordt dit vermogen zoveel als mogelijk aangesproken.
Vormen van Arbeidsmatige activering
Er wordt onderscheid gemaakt in 1) Arbeidsmatige activering gericht op ontwikkeling en 2) Arbeidsmatige activering gericht op stabiliteit. In onderstaande tabellen staan deze maatwerkvoorzieningen nader beschreven. Beiden kunnen worden ingezet op niveau 1 of niveau 2. Bij niveau 1 kan de inwoner redelijk zelfstandig aan de slag en bij niveau 2 is er meer begeleiding nodig.
Arbeidsmatige Activering ontwikkelingsgericht
Doelstelling: ‘op weg naar werk’: het zetten van stappen op de participatieladder
Kernbegrip: aanleren
De inwoner heeft een lichte ondersteuningsvraag op het gebied van werk. Er is geen noodzaak tot het overnemen van taken. Wanneer er vragen zijn, vraagt de inwoner zelf om hulp.
De inwoner komt afspraken na en is tijdig aanwezig op de werkplek. Er is geen intensieve afstemming met het steunsysteem van de inwoner nodig.
De ondersteuning is er op gericht op het motiveren van de inwoner en het aanleren van vaardigheden en competenties, die ervoor zorgen dat de inwoner in staat is om zijn/haar werkzaamheden zelfstandig uit te voeren.
Ondersteuning vindt voornamelijk plaats in een groep.
Resultaten:
Persoonlijke ontwikkeling
Ontwikkelen sociale vaardigheden
Ontwikkelen werknemers vaardigheden
Arbeidsethos opbouwen
Ontdekken wat bij je past (beroepenrichting)
Ruimte om uit te proberen
Aanboren eigen ambitie
Versterken van competenties
Prikkelen intrinsieke motivatie
Arbeidsmatige Activering gericht op stabiliteit
Doelstelling: ‘op hun plek’: inwoners zitten voor het moment op het maximum van hun vermogen
Kernbegrip: helpen bij
De inwoners heeft ondersteuning nodig op het gebied van werk. De ondersteuning kan gericht zijn op het verkrijgen van stabiliteit van het uitvoeren van werkzaamheden/ aanwezigheid, of ondersteuning is nodig om nieuwe vaardigheden aan te leren.
Stabiliteit: de ondersteuning wordt geboden bij het uitvoeren van werkzaamheden, tijdigheid en continuïteiten van aanwezigheid en het ontwikkelen van werknemersvaardigheden. Afstemming met het steunsysteem van de inwoner is hierbij noodzakelijk.
Ontwikkelingsgericht: de ondersteuning is nodig voor de ontwikkeling van de inwoner. Nieuwe taken en competenties worden aangeleerd.
Ondersteuning vindt plaats in een groep, waarbij er tijd en ruimte is voor individuele begeleiding.
Resultaten:
Rust, regelmaat & reinheid op meerdere levensgebieden
Behouden wat er is
Hard werken om niet achteruit te gaan
Voorkomen van crisis
Geloof in en zicht op eigen (on)mogelijkheden
Acceptatie en tevredenheid creëren
Horizontale verbreding
Ontwikkelen dagritme
Bouwen aan zelfvertrouwen
Het college beoordeelt of Arbeidsmatige activering passend is aan de hand van de volgende aspecten:
Interesses van de inwoner
Kwaliteiten van de inwoner
Mogelijkheden van de inwoner (uitgangspunt wat kan iemand wel in plaats van niet);
De verhouding draagkracht en draaglast;
De mobiliteit van de inwoner
Het beoogde einddoel
Op basis van de bovenstaande informatie wordt gekeken of het om Arbeidsmatige activering ontwikkelingsgericht of stabiliteit gaat en AA1 of AA2 (zie eerdere tabellen). Ook wordt een inschatting gemaakt van het aantal dagdelen. Dit zal per inwoner verschillen en kan ook gedurende het traject worden op- en afgeschaald. Tevens wordt op basis van de interesses, kwaliteiten en mobiliteit een selectie gemaakt voor een passende werkplek. Gedurende het traject vinden evaluatiemomenten plaats om te beoordelen of de beoogde doelen bereikt worden en of de inwoner nog op de goede plek zit. Mogelijk kan een overstap gemaakt worden naar een algemene voorziening of is een andere maatwerkvoorziening beter passend.
Eigen bijdrage
Inwoner is bij de toekenning van Arbeidsmatige activering geen eigen bijdrage in de kosten verschuldigd. Wel kan er sprake zijn van algemeen gebruikelijke kosten voor bijvoorbeeld materiaal, het kopje koffie of andere kosten die een ieder zou maken in eenzelfde situatie waarbij er geen sprake is van een beperking.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.7
Artikel 5.7.2
Arbeidsmatige activering
Onderdeel van Beleidsregels Wmo en Jeugdhulp gemeente Nieuwegein 2020