Een persoon van 21 jaar of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, heeft recht op de individuele inkomenstoeslag, als:
a. Hij een langdurig laag inkomen heeft en geen in aanmerking te nemen vermogen bezit als bedoeld in artikel 34 Participatiewet, en
b. Hij geen uitzicht heeft op inkomensverbetering, en
c. De persoonlijke omstandigheden hiertoe aanleiding geven.
Tot de persoonlijke omstandigheden als bedoeld in het eerste lid van dit artikel worden in ieder geval gerekend:
a. De krachten en bekwaamheden van de persoon. Als de persoon met zijn krachten en bekwaamheden geen zicht heeft op inkomensverbetering, is er recht op een individuele inkomenstoeslag. Wanneer de belanghebbende gedurende 36 maanden voor de peildatum een inkomen heeft ontvangen dat lager is dan 110% van de bijstandsnorm, wordt de belanghebbende geacht met zijn krachten en bekwaamheden geen zicht op inkomensverbetering te hebben.
b. De inspanningen die de persoon heeft verricht om tot inkomensverbetering te komen. Voldoende inspanning kan aanwezig worden geacht bij een persoon met algemene bijstand op grond van de Participatiewet, of een IOAW- of IOAZ uitkering, als jegens hem:
• gedurende 36 maanden voor de peildatum geen maatregel is opgelegd wegens schending van de arbeids- en/of re-integratieverplichtingen of
• in de 12 maanden voorafgaand aan de aanvraag geen schriftelijke waarschuwing wegens schending van de arbeids- en/of re-integratieverplichtingen is opgelegd.
Artikel 2
Rechthebbende individuele inkomenstoeslag
Onderdeel van Beleidsregels individuele inkomenstoeslag Participatiewet gemeente Geertruidenberg 2020