Naar hoofdinhoud
Het doel is om in 2040 energieneutraal te zijn. Dit betekent dat alle energie die we dan gebruiken duurzaam moet zijn opgewekt zodat er geen schadelijke emissies plaatsvinden. Dit is een forse opgave, een opgave die we kunnen beperken door zo veel mogelijk op energie te besparen. Immers de energie die we niet nodig hebben hoeft ook niet opgewekt te worden. Om in 2040 energieneutraal te zijn is de opgave dan ook allereerst maximaal energie te besparen en als tweede de nog benodigde energie duurzaam op te wekken. Er is discussie over wat al dan niet onder duurzame energie valt. Wind- en zonne-energie valt hier altijd onder. Ook aard- en bodemwarmte kan hier onder vallen. Dit betreft geothermie (winning van warmte in diepe aardlagen), open bodemenergiesystemen (WKO: warmte-koude-opslag) en gesloten bodemenergiesystemen. In hoeverre deze duurzaam zijn hangt af van de context en de alternatieven. Bij de uitwerking dient altijd maatwerk toegepast te worden. Ook een warmtepomp die de warmte niet uit de bodem maar uit de lucht haalt kan vallen onder duurzame energieopwekking. Vergisting van biomassa, waaronder mestvergisting, is onderwerp van discussie in relatie tot duurzaamheid. Bij mestvergisting is het uitgangspunt dat er (overtollige) mest is, die beschikbaar is om energie uit te winnen. De beschikbaarheid van deze bron van duurzame energie is gekoppeld aan de discussie over de intensieve veehouderij die op een andere tafel gevoerd wordt. Andere vormen van biomassa kunnen al voorhanden zijn (restproducten landbouw, groenafval) of speciaal voor dit doel geteeld worden. Ook hier is de duurzaamheid afhankelijk van de context. Oudere huizen zijn lastiger energieneutraal te maken dan huizen van meer recente datum. Een houtpelletkachel kan dan, naast isolatie, een aanvaardbare (tijdelijke) optie zijn, mede afhankelijk van de herkomst van het hout (duurzamer bij gesloten lokale kringlopen). Kernenergie en kernfusie zijn energiebronnen die bijdragen aan een energieopwekking die geen CO2 uitstoot. Kijken we wat breder naar duurzaamheid dan levert kernenergie de nodige problemen op in verband met opslag radioactief afval en kans op calamiteiten. Kernfusie is qua techniek minder ver ontwikkeld maar kent niet de nadelen van kernenergie. De techniek schrijdt echter voort en wellicht is het een optie in 2040. Het schaalniveau van Oirschot leent er zich niet voor hier het voortouw in te nemen maar aanhaken als zich een kans voordoet kan altijd. Uit een regionale studie (zie bijlage 2) blijkt dat, rekening houdend met een inschatting van de hoeveelheid te besparen energie, de totale energievraag in Oirschot in 2040 naar verwachting 2.511 TJ is4 Bron: Energie en ruimte Zuidoost-Brabant, Rapport-uitsplitsing naar gemeenten, Posad mei 2017.. De verwachting is dat de samenstelling van deze energievraag heel anders is dan de huidige samenstelling. Sectoren zoals mobiliteit veranderen en bij wonen zien we een kanteling van gas naar elektra. Als we de te verwachten energievraag van 2040 afzetten tegen de 190 TJ die in 2015 duurzaam werd opgewekt, is een aanzienlijke toename nodig van duurzaam opgewekte energie. De regionale studie laat zien dat het voor Oirschot mogelijk is om op eigen grondgebied niet alleen energieneutraal maar zelfs energieleverend te worden. Het maximale potentieel aan duurzame energieopwekking is volgens deze studie 3.432 TJ. Afgezet tegen de behoefte aan 2.511 TJ kan dus een overschot van circa 921 TJ duurzame energie opgewekt worden. De gemeente kan een meer dan evenredige bijdrage leveren aan het streven van de regio om energieneutraal te worden. Specifiek voor grootschalige wind- en zonne-energie wordt hiervoor een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd.

Rechtspraak bij dit artikel