1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of van het Besluit op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.
2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.
3. Een ontheffing als bedoeld in het tweede lid is in ieder geval vereist voor bedrijfsmatig lawaai indien op werkdagen en op zaterdag tussen 7.00 uur en 19.00 uur de volgende dagwaarden en de daarbij behorende maximale blootstellingsduur worden overschreden:
Dagwaarde
tot 60 dB(A)
boven de 60 dB(A)
boven de 65 dB(A)
boven de 70 dB(A)
boven de 75 dB(A)
boven de 80 dB(A)
maximale
blootstellingsduur
in dagen
geen beperking in dagen
ten hoogste 50 dagen
ten hoogste 30 dagen
ten hoogste 15 dagen
ten hoogste 5 dagen
0 dagen
en tevens voor bedrijfsmatig lawaai buiten de genoemde tijden en op feestdagen.
4. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, het Bouwbesluit, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale Milieuverordening Zeeland.
5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf
Artikel 4:6
Overige geluidhinder
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening