Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.3.

Landelijke en gemeentelijke ontwikkelingen

Onderdeel van Beleidsregels gemeentelijke taken uitvoering Wet kinderopvang gemeente Enschede 2020

De Wet kinderopvang is sinds 2005 van toepassing. Sindsdien is het speelveld volop in beweging. In Hoofdstuk 4, paragraaf 3, wordt bijvoorbeeld beschreven hoe de landelijk ingevoerde werkwijze Herstelaanbod toegepast wordt. Enschede is, aansluitend op de uitgevoerde gemeentelijke pilot met zogenaamde Herstelafspraken in het toezicht, per 2019 ook meegegaan met de invoering van de landelijk ontwikkelde werkwijze van Herstelaanbod. In 2017 is landelijk ook de werkwijze Streng aan de Poort geïntroduceerd, een werkwijze met als doel dat vanaf het moment dat de gemeente toestemming geeft tot exploitatie van een voorziening voor kinderopvang en de voorziening is geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang er verantwoorde kinderopvang geboden wordt. In hoofdstuk 5 wordt verder toegelicht hoe we in de gemeente Enschede deze werkwijze uitvoeren. In 2018 en 2019 is de wetgeving zelf dankzij zowel de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk en de (wijzigings-)Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang behoorlijk aangepast. Er is daarmee hard gewerkt aan efficiëntere toezicht en handhaving. Sinds 2018 bestaan er bijvoorbeeld formeel geen peuterspeelzalen meer en in datzelfde jaar is een Personenregister Kinderopvang ingevoerd om continue screening in de kinderopvang te versterken. Sinds maart 2018 is het ook verplicht dat personen die structureel aanwezig zijn bij de (betaalde) opvang van kinderen, beroepsmatig of niet, ingeschreven zijn in dit Personenregister Kinderopvang. Tenslotte zijn er ontwikkelingen op het vlak van toezicht (en handhaving) op de gastouderopvang, gekeken wordt naar een intensivering hiervan. Een eerste stap is de per 2019 extra gestorte bijdrage hiervoor in het gemeentefonds. Het intensievere toezicht op de gastouderopvang heeft landelijk twee doelen: beter zicht op de kwaliteit en een impuls voor gastouderbureaus en gastouders om de kwaliteitseisen beter na te leven. Gezien bovenstaande ontwikkelingen is de stap gezet om het handhavingsbeleid en het afwegingsmodel (opnieuw) te herijken. Uitgangspunten hierbij waren het helder maken van het hele proces van toezicht en handhaving kinderopvang, ervoor zorg te dragen dat stappen binnen een handhavingstraject passend en proportioneel zijn, ruimte te houden voor maatwerk en tegelijkertijd helder te beschrijven welke handhaving ingezet kan worden. Dit alles heeft ertoe geleid dat gemeente Enschede de voor u liggende beleidsregels kinderopvang heeft vastgesteld. Uitzondering Onder deze beleidsregels vallen alle kwaliteitseisen uit de Wet kinderopvang, waaronder ook de wettelijke eisen op vlak van de Vroeg- en Voorschoolse Educatie (VVE). Deze wettelijke eisen op vlak van VVE gelden enkel voor die locaties die geregistreerd zijn in het LRK als VVE-locatie en subsidie ontvangen van het college voor het aanbieden van VVE. Voor locaties die geregistreerd zijn als VVE-locatie en subsidie ontvangen van het college voor het aanbieden van VVE, gelden daarnaast ook de aanvullende gemeentelijke eisen. Het toezicht en de handhaving op deze – bovenwettelijke - gemeentelijke eisen aan de uitvoering van Vroeg- en Voorschoolse Educatie, valt echter niet onder deze beleidsregels gemeentelijke taken uitvoering Wet kinderopvang. Hiervoor verwijzen wij naar de (actuele) ‘Nadere regels VVE-arrangementen van Enschede’ en de ‘Subsidieverordening Onderwijs- en Ontwikkelkansen voor jongeren van 0 tot 18 jaar 2019’ (of de opvolging hiervan) . De GGD Twente voert wel, net als het toezicht op de uitvoering van de Wet kinderopvang, het toezicht uit op de uitvoering van deze bovenwettelijke gemeentelijke eisen.

Rechtspraak bij dit artikel