Naar hoofdinhoud
4.2.1Startdocument Het gevolg van de keuze voor actief grondbeleid is in bepaalde gevallen de wens of zelfs noodzaak tot het verwerven van vastgoed (gronden en/of opstallen). Algemeen geldt uiteraard dat wij dit weloverwogen doen. Indien de mogelijkheid tot een verwerving zich voordoet stellen wij een zogenaamd startdocument op. De verwerving wordt daarbij getoetst op onderstaande punten, zoals onder meer ook in paragraaf 3.3 aan de orde gekomen: Eigendomssituatie Financieel perspectief Risicoprofiel Kennis, kunde en capaciteit Maatschappelijk belang Gewenste regie Uitgangspunt in relatie tot staatssteun is dat altijd een taxatie wordt uitgevoerd en dat maximaal tegen dat bedrag wordt verworven. Hiermee wordt het verlenen van ongeoorloofde staatssteun voorkomen. Beleidsregel: Startdocument en taxatie Wanneer de gemeente ervoor kiest om gronden te verwerven, wordt vooraf een startdocument opgesteld. Uitgangspunt in relatie tot staatssteun is dat altijd een taxatie wordt uitgevoerd en dat maximaal tegen dat bedrag wordt verworven. Voor het verwerven van het vastgoed zijn verschillende routes mogelijk. Deze komen in het onderstaande aan bod. 4.2.2Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) De Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) verschaft gemeenten de mogelijkheid af te dwingen dat een eigenaar, bij een voorgenomen verkoop van grond (al dan niet met opstal), deze eerst aan de gemeente moet aanbieden: het voorkeursrecht. De gemeente en eigenaar moeten het dan vervolgens eens worden over de prijs en bijkomende verkoopvoorwaarden. Indien nodig maken wij gebruik van de mogelijkheden die de Wvg biedt. Het traject tot het vestigen van een voorkeursrecht kan daarbij parallel lopen aan een lopend onderhandelingstraject tot verwerving. 4.2.3Minnelijke verwerving Bij het verwerven van gronden en/of opstallen is minnelijke verwerving het uitgangspunt. De gemeente en eigenaar treden in onderhandeling over de aan-/verkoop en proberen op minnelijke basis overeenstemming te bereiken over de prijs en overige voorwaarden. Het vestigen van een voorkeursrecht kan parallel aan dit traject lopen. 4.2.4Onteigening Het kan voorkomen dat minnelijke verwerving (al dan niet via een voorkeursrecht) niet mogelijk blijkt. Indien de gronden toch nodig zijn voor realisatie van een belangrijke ontwikkeling kan de gemeente overgaan tot onteigening: een gedwongen eigendomsoverdracht naar de gemeente. Gezien de ingrijpende gevolgen gelden bij een onteigening strikte procedures waar vanzelfsprekend kosten en gemeentelijke capaciteit mee gemoeid zijn. In die wetenschap kan inzet van dit instrument niettemin waardevol zijn, maar geldt toepassing ervan als uitzondering. Beleidsregel: Verwerving Bij het verwerven van gronden wordt wanneer dat strategisch gewenst is, de Wvg ingezet. Uitgangspunt is om, eventueel ondersteund door de mogelijkheden van die Wvg, op minnelijke basis overeenstemming te bereiken over de prijs en overige voorwaarden van gronden en/of opstallen. In uitzonderingssituaties wordt het onteigeningsinstrument toegepast. 4.2.5Verwervingsmandaat In lijn met de keuze voor een actief grondbeleid kan het nodig of nuttig zijn gronden te verwerven. Soms moet daarbij slagvaardig en snel gehandeld worden indien zich kansen voordoen. In de vorige nota grondbeleid is om die reden besloten tot het inrichten van een strategisch verwervingsbudget/mandaat waarmee het college die verwervingen kan doen. Achteraf wordt daarover verantwoording afgelegd aan de raad aan de hand van het startdocument (paragraaf 4.2.1). Redenen om dit mandaat bij deze nota te behouden, zijn: Het is in lijn met en volgt uit de keuze voor actief grondbeleid; Het actief grondbeleid kan er optimaal mee worden ingevuld doordat snel gehandeld kan worden; Snel kunnen handelen kan financiële voordelen opleveren; Het mandaat geeft geen vrijbrief. Verantwoording vindt plaats aan de hand van het genoemde startdocument. De verwerving wordt alleen gedaan als de toetsingscriteria tot een positieve conclusie leiden. Het instellen van dit mandaat betekent daarmee ook een uitzondering op het achteraf kunnen verlenen van goedkeurig door de raad. Door het vaststellen van deze Nota grondbeleid wordt door de raad vooraf goedkeuring verleend bij het positief doorlopen van de toetsingscriteria; Het betekent een voortzetting van een al in 2009 ingesteld mandaat in de toenmalige nota grondbeleid. Belangrijke opmerking hierbij is nog dat dergelijke verwervingen, mede als gevolg van het doorlopen van de toetsingscriteria, in bijna alle gevallen tegen de verwervingswaarde op de balans gewaardeerd mogen worden, waardoor niet direct “hard geld” nodig is of afboekingen noodzakelijk zijn. Er is dan sprake van “warme gronden” waarbij er van uit wordt gegaan dat er op termijn een grondexploitatie wordt vastgesteld. De vraag is vervolgens wat een reëel mandaat is. Op basis van een uitgevoerde analyse van historische gegevens én een inschatting van de type gronden die wij in de toekomst eventueel op strategische wijze willen verwerven, is een mandaat tot € 2.000.000 benodigd. Dit bedrag is nodig om de voordelen van het mandaat te kunnen benutten, is in lijn met historische gegevens en gaat daar tegelijkertijd niet overheen. Beleidsregel: Verwervingsmandaat Deze nota behoudt het verwervingsmandaat voor het college voor het strategisch verwerven van gronden. De hoogte van dat mandaat is op € 2.000.000 gesteld.

Rechtspraak bij dit artikel