Naar hoofdinhoud
1.. Bij een eerste subsidieaanvraag van een houder moet worden overlegd: de laatste jaarrekening van de rechtspersoon die de te subsidiëren voorschoolse voorziening exploiteert; een recent (dagtekening minder dan 3 maanden voor de aanvraag) uittreksel van de Kamer van Koophandel van de rechtspersoon die de te subsidiëren voorschoolse voorziening exploiteert. 2.. De subsidieaanvraag bevat: informatie over het aantal peuters per locatie (bezetting per peildatum 1 oktober) waarvoor subsidie wordt aangevraagd; een onderverdeling naar de volgende categorieën: a. met aanspraak op kinderopvangtoeslag/geïndiceerd, b. met aanspraak op kinderopvangtoeslag/niet-geïndiceerd, c. zonder aanspraak op kinderopvangtoeslag/geïndiceerd, d. zonder aanspraak op kinderopvangtoeslag/niet-geïndiceerd; een onderbouwing van de behoefte aan het te subsidiëren aanbod; een toelichting van de vormgeving van het basisaanbod peuteropvang en het aanvullend aanbod voorschoolse educatie, per locatie. 3.. De aanvrager vraagt de subsidie aan met een vastgesteld aanvraagformulier. 4.. Een aanvraag voor subsidie wordt uiterlijk ingediend op 15 oktober van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft. 5.. Het college neemt voor 1 januari van het uitvoeringsjaar een besluit over de subsidieaanvraag. 6.. Voor de subsidieaanvraag voor de periode augustus tot en met december 2020 gelden afwijkende termijnen: voor deze periode wordt de bezetting per peildatum 1 mei 2020 opgenomen; de aanvraag wordt uiterlijk op 15 mei 2020 ingediend en het college beslist voor 1 augustus 2020.

Rechtspraak bij dit artikel