Mandaat wordt ingevolge de hierna genoemde hiërarchische lijn gegeven:
van burgemeester c.q. college van burgemeester en wethouders naar de algemeen directeur;
van de algemeen directeur naar de directeur;
van de directeur naar de manager;
van de manager naar een seniormedewerker en/of de medewerker belast met de uitvoering van de taak.
De in lid 1 genoemde functionarissen worden de bevoegdheden toegekend als vastgelegd in de lijst als bedoeld in artikel 1 en binnen de in deze lijst opgenomen kaders.
Met de in lid 1 opgenomen functiebenaming van manager worden de volgende functionarissen aangeduid: de teammanager, de manager uitvoeringsteams en de teamleider, waarbij geldt dat de teamleider hiërarchisch ondergeschikt is aan de manager uitvoeringsteams.
Het is een functionaris toegestaan ondermandaat te verlenen aan een andere functionaris, tenzij de mogelijkheid tot het verstrekken van ondermandaat is uitgezonderd in de in artikel genoemde lijst. Voor het verstrekken van ondermandaat is toestemming vereist van de directeur.