Naar hoofdinhoud
De breedte van zowel de uitweg als van de inritconstructie die eventueel gerealiseerd moet worden om van de uitweg gebruik te kunnen maken, is afhankelijk van de ruimte die nodig is om met het betreffende voertuig van het particulier perceel (de oprit) naar de openbare weg te kunnen rijden en omgekeerd. Voor voertuigen met een maximale breedte van 1,83 meter en een maximale lengte van 4,88 meter (zijnde de afmeting van het ontwerpvoertuig voor personenauto’s in de ASVV2012 van het CROW) bedraagt deze benodigde breedte 3,5 tot maximaal 6 meter, mede afhankelijk van de lokale weginrichting van de openbare weg.

Rechtspraak bij dit artikel