Naar hoofdinhoud
Bij een vermoeden van een integriteitsschending door de burgemeester is de CdK eindverantwoordelijk voor een deugdelijk vooronderzoek. De CdK formeert een adviesgroep van ondersteuners die in het kader van het vooronderzoek concrete taken uitvoeren. Hierin hebben minimaal de volgende gemeenteambtenaren zitting: de gemeentesecretaris, een senior jurist en de integriteitscoördinator (indien aanwezig). Desgewenst kan de CdK ook externe deskundigen inschakelen. De CdK beoordeelt de resultaten van het vooronderzoek. Er zijn dan vier mogelijkheden: De CdK concludeert dat er geen grond is voor de verdenking dan wel dat de melding een bagatel betreft, onvoldoende betrouwbaar en concreet is en/of niet in redelijkheid onderzoekbaar is. Hiermee is de zaak afgedaan. De CdK informeert de melder en de burgemeester hierover. De burgemeester erkent een schending te hebben begaan, de feiten zijn voldoende bekend en er is geen verder onderzoek nodig (zie p. 20, fase 3). De CdK concludeert dat er grond is voor de verdenking en dat de melding ook anderszins onderzoekswaardig is, maar er is geen sprake van erkenning door de burgemeester. In dit geval gelast de CdK een disciplinair onderzoek (zie p. 18, stap 2). De CdK concludeert dat er grond is voor de verdenking, het vermoeden betreft een ernstige schending en het risico bestaat dat het informeren van de betrokkene het onderzoeksbelang zou schaden. In dit geval gelast de CdK een disciplinair onderzoek zonder de betrokkene daar bij aanvang van op de hoogte te stellen (zie p.18, stap 2). Communicatie Als de conclusie van een vooronderzoek luidt dat de verdenking ongegrond is, blijft het vooronderzoek vertrouwelijk. In dit geval weten alleen de melder, degene over wie is gemeld, de burgemeester (of, indien de melding de burgemeester betreft, de CdK) en eventuele ondersteuners ervan. Een besluit tot het instellen van een disciplinair onderzoek wordt genomen door de burgemeester (dan wel de CdK, in het geval van een vermoeden van een schending door de burgemeester). Het is belangrijk om de kring van betrokkenen niet groter dan nodig te maken. In dit stadium kan de burgemeester (dan wel de CdK) er wel voor kiezen om het seniorenconvent vertrouwelijk te informeren. Als de kwestie onverhoopt al in de openbaarheid is gekomen is dit sowieso raadzaam.

Rechtspraak bij dit artikel