Naar hoofdinhoud
Een wethouder twijfelt over een voorgenomen handeling van de burgemeester De wethouder vraagt de gemeentesecretaris om advies: is de voorgenomen handeling een schending? Als de gedeelde conclusie is dat de handeling geen schending is, is de zaak afgedaan. Indien de wethouder en de gemeentesecretaris concluderen dat de handeling een schending kan zijn, gaan zij samen naar de burgemeester. Bij een verschil van inzicht met de gemeentesecretaris, gaat de wethouder zelf naar de burgemeester. De burgemeester overweegt of advies van de CdK gewenst is, voordat hij een besluit neemt over de eigen voorgenomen handeling. Indien de burgemeester afziet van advisering door de CdK en de wethouder houdt ernstige twijfels over de voorgenomen handeling van de burgemeester, kan de wethouder ervoor kiezen om zelf naar de CdK te gaan. De CdK formuleert (eventueel na raadpleging van interne en/of externe deskundigen) een advies aan de burgemeester. De burgemeester volgt dit advies in beginsel op. Als de burgemeester toch van het advies van de CdK afwijkt, meldt de burgemeester dit zelf aan de gemeenteraad en de collegevergadering. Een wethouder twijfelt over een al uitgevoerde handeling van de burgemeester De wethouder vraagt de gemeentesecretaris om advies: is deze handeling een schending? Als de gedeelde conclusie is dat de handeling geen schending is, is de zaak afgedaan. Als na dit gesprek de twijfel niet is weggenomen, gaat de wethouder in gesprek met de burgemeester, tenzij er goede redenen zijn om dit niet te doen (zie kader op p. 6). Als de burgemeester erkent mogelijk een schending te hebben begaan, meldt deze dit zelf bij de CdK en informeert het college en de gemeenteraad hierover. (Zie verder onder 3.1.b.) Als het gesprek tussen de wethouder en de burgemeester niet leidt tot een gedeelde conclusie, kan de wethouder melding doen bij de CdK. Het is aan de CdK om te besluiten of de stap naar fase 2 wordt gezet dan wel dat de zaak is afgedaan.

Rechtspraak bij dit artikel