Een wethouder vervult geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van zijn wethouderschap. Een voornemen tot aanvaarding van een betaalde of onbetaalde nevenfunctie maakt hij kenbaar in het college. Bij aanvaarding van de nevenfunctie maakt hij deze openbaar. Als de wethouder niet in deeltijd werkt, maakt hij de inkomsten uit betaalde nevenfuncties ook openbaar.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.5