Naar hoofdinhoud
Wethouders bejegenen elkaar, raadsleden, de griffie(r) en andere ambtenaren op correcte wijze in woord, gebaar en geschrift. Toelichting: Elk raadslid, elke bestuurder en elke ambtenaar is een medemens en medeburger. Op basis daarvan verdient ieder raadslid, iedere bestuurder en iedere ambtenaar een correcte bejegening. Een respectvolle omgang met elkaar maakt het daarnaast beter mogelijk met elkaar tot een werkelijke beraadslaging te komen. Dat is wezenlijk voor een zorgvuldige besluitvorming. Bovendien is de manier waarop het college en de raad met elkaar omgaan van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek. Voorbeelden uit de praktijk Oefening 1: Op de Nieuwjaarsborrel zijn een wethouder en een raadslid met elkaar in gesprek. Het gesprek wordt steeds meer een discussie. Die loopt, naarmate de avond vordert en de wijn vloeit, uit de hand. Op een goed moment horen de andere aanwezigen de wethouder tegen het raadslid schreeuwen: ‘Die commissie loopt totaal niet en dat is jouw schuld! Je bent de slechtste voorzitter die Zandvoort ooit gekend heeft, dat vindt iedereen. Ik zal er alles aan doen om ervoor te zorgen dat je niet herkozen wordt!’ Is dit aanvaardbaar gedrag? Antwoord: Nee, dit gedrag is niet aanvaardbaar en een overtreding van artikel 5.1 van de gedragscode. Een raadslid op deze manier in het openbaar tot de orde roepen is niet correct. Het feit dat ook anderen horen wat de wethouder zegt, is hierbij mede van belang.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel